Duurzaamheidsindex van VIL benchmark voor logistieke sector

VIL presenteerde donderdag de Logistics Sustainability Index (LSI). Dat instrument dient om bedrijven een inzicht te geven in de duurzaamheid van hun logistieke activiteiten en als benchmark. VIL wil de LSI Europees uitrollen.

De Logistics Performance Index (LPI) van de Wereldbank rangschikt de verschillende landen op het vlak van logistieke performantie. Dat gebeurt in functie van een aantal kwalitatieve en kwantitatieve criteria. De Logistics Sustainability Index (LSI) beoogt hetzelfde voor de bedrijven op het gebied van duurzaamheid. Het gaat hier veel verder dan over de reductie van de CO2-uitstoot. Een groot verschil met de LPI is dat de LSI geen rangschikking is, maar een benchmark-instrument.

De Vlaamse Innovatiecluster voor de logistiek VIL werkte de LSI uit in samenwerking met dertien bedrijven (voor een lijstje: zie onderaan). Het basisidee is dat er op het vlak van duurzaamheid nog altijd een grote afstand is tussen woord en daad. En veel bedrijven bezondigen zich aan ‘greenwashing’: ze stellen zich groener voor dan ze werkelijk zijn.

“Als het gaat om duurzaamheid in de logistiek, wordt er veelal gedacht aan het reduceren van de CO2-uitstoot. Lean & Green, dat door VIL wordt uitgerold in Vlaanderen, is een goed vertrekpunt hiervoor, maar met de LSI gaan we nog een stap verder”, legt Steve Sel, manager Projecten & Valorisatie, uit. “Het gaat ook om het verantwoord omgaan met energie, infrastructuur, grondstoffen en personeel. In de praktijk uit zich dat in – onder meer – een zuinigere transportvloot, transportoptimalisatie, energie-efficiënte magazijnen, afvalpreventie en een duurzaam hr-beleid met belangstelling voor gezondheid en de veiligheid van de werknemers.”

Objectieve criteria

De index is gebaseerd op een set van zowel kwantitatieve als kwalitatieve criteria om tot een objectieve score te komen. Hiervoor werd een framework ontwikkeld met een aantal bouwstenen. De vier hoofdcategorieën zijn: Transport, Logistiek, Verpakking/afval en Beleid. Elk van deze categorieën krijgt een score in functie van een aantal criteria en subcriteria.

Vanaf 2020 kunnen bedrijven deze data jaarlijks in een onlinetool invullen. Na datavalidatie door VIL krijgen ze een score in een overzichtelijk dashboard. Daarbij wordt ook een toelichtingsdocument verstrekt, waaruit ze kunnen leren op welke aspecten ze goed scoren en op welke er nog verbeterpotentieel zit.

Private en publieke index

Deze scores worden publiek niet exact weergegeven. “De doelstelling van de LSI is voornamelijk een bewustzijn creëren rond duurzaamheid en het prikkelen van ondernemingen om zichzelf te verbeteren. De benchmark ten opzichte van sectorgenoten werkt als katalysator om van elkaar te kunnen leren, zonder bedrijven af te straffen met een publieke exacte score”, legt Sel uit.

Tijdens het project werd duidelijk dat het delen van een exacte score gevoelig ligt. Daarom werd gekozen voor een combinatie van een private en een publieke index. Op de eigen loginpagina krijgt het bedrijf zijn score en die van de andere jaren te zien. Zo kan het zijn traject nauwgezet opvolgen. “Maar om een zicht te krijgen hoe men scoort ten opzichte van sectorgenoten, zal men terecht kunnen op de VIL-website. Daar zullen de logo’s van de deelnemende bedrijven te zien zijn bij de categorie waartoe ze behoren, zonder de exacte score openbaar te maken. De categorieën zijn: masters, frontrunners, adopters, rookies en stragglers”, verduidelijkt hij.

Europees uitrollen

VIL wil van de LSI een benchmark voor de sector maken. Het is dan ook de bedoeling om, wanneer de index in Vlaanderen aanslaat, die uit te breiden naar heel België en uit te rollen.

De bedrijven die meewerkten aan LSI: Atlas Copco Airpower, Carglass Distribution, Chep Benelux, Colruyt, FrieslandCampina Belgium, Frigologix, HAVI Logistics, Montea, Ninatrans, Odyssey Logistics Europe, Snel Logistic Solutions, Transport Verbeken en Willy Naessens Industriebouw.

Philippe Van Dooren