Cainiao (Alibaba) heeft bouwvergunning op zak in Liege Airport

De Waalse overheid heeft Cainiao Belgium Property een omgevingsvergunning verleend om een magazijn van 30.000 m² te bouwen en uit te baten op Liege Airport. Hierdoor kan Alibaba op de luchthaven neerstrijken. Het gebouw gaat medio 2021 open.

Dit is op enkele dagen tijd de tweede vergunning voor een logistiek complex van een Chinees bedrijf in België. Zopas leverde ook de Stad Brugge een vergunning af aan de vennootschap Lingang Overseas Zeebrugge Modern Industrial Park Development Company. Op een terrein van 15 ha komen 76.000 m² magazijnen, overslag- en wachtzones voor vrachtwagens en een containeryard.

Ook Cainiao – de logistieke tak van de Chinese e-commercereus Alibaba – heeft nu dus zijn vergunning op zak, meldt La Dernière Heure. De aanvraag voor een ‘enige vergunning’ (die de omgevings- en uitbatingsvergunningen omvat) werd op 30 september 2019 aangevraagd. Zes maand later is ze dus afgeleverd. Naast een overslagplatform voor lucht- en truckvracht heeft ze betrekking op een kantoorgebouw van 1.300 m².

Geringe hinder

Cainiao bouwt het magazijn op een site van 220.000 m² in de zone Cargo Nord van de luchthaven. Volgens een ambtenaar die bij de aflevering van de vergunning betrokken was, zal de hinder voor de omgeving gering zijn. De activiteiten gebeuren namelijk binnen het gebouw en het laden en lossen van de vrachtwagens gebeurt in sassen. De hall komt op 600 meter van de grens van de logistieke zone, zegt hij nog. De vrachtwagens zullen hoofdzakelijk tussen 3.30 uur en 7.30 uur rijden, dus nog voor de verkeerspiek in de omgeving.

De gebouwen zouden tegen het einde van de eerste helft van 2021 volledig operationeel zijn. Dat zal leiden tot ongeveer 900 directe arbeidsplaatsen.

Cainiao stelde zijn plannen eind vorig jaar voor, een jaar na de ondertekening van de overeenkomst tussen Liege Airport, de Waalse overheid en Alibaba. Oorspronkelijk was de geplande investering 75 miljoen euro, maar dat bedrag is inmiddels opgetrokken tot 100 miljoen euro. 

Philippe Van Dooren