Wet-Major naar Europees hof door procedure Middlegate Europe

Middlegate Europe uit Zeebrugge onderneemt een nieuwe poging om de wet-Major onderuit te halen. Het Grondwettelijk Hof schuift de hete aardappel rond het Belgisch systeem van Havenarbeid door naar het Europees Hof van Justitie.

 

De Zeebrugse logistieke groep onderneemt een nieuwe poging om de wet-Major te laten vernietigen. Middlegate Europe kreeg in 2013 een boete opgelegd omdat een van zijn personeelsleden havenarbeid aan het verrichten was zonder erkenning. Middlegate Europe daagde daarop de Belgische staat voor de rechtbank om de boete (en daarmee ook het hele erkenningssysteem van havenarbeid) te betwisten.

Maar zowel de Arbeidsrechtbank als het Arbeidshof wezen de vordering van Middlegate Europe volledig af. Middlegate Europe gaf niet op en trok naar het Hof van Cassatie, dat besliste om advies te vragen aan het Grondwettelijk Hof. In plaats van zelf te beslissen, besliste het Grondwettelijk Hof vandaag 6 juni om op zijn beurt advies te vragen aan het Europees Hof van Justitie. 

Het Europees Hof van Justitie zal concreet moeten oordelen in hoeverre de wet-Major strijdig is met het Europees recht van vrijheid van vestiging en nijverheid. Hoe het Europees Hof van Justitie zal oordelen over deze kwestie, valt moeilijk in te schatten. Een eerdere procedure voor het Hof tegen het Spaanse systeem van havenarbeid liep op een sisser af.

Tweede procedure hangende

Naast de procedure bij het Grondwettelijk Hof loopt er tegelijk een procedure bij de Raad van State waar een aantal bedrijven (waaronder Katoen Natie en Logisport) de vernietiging hebben gevraagd van de recente aanpassingen aan het systeem uit 2016. In deze procedure besliste ook de Raad van State zeer recent om het Europees Hof van Justitie te raadplegen over de wettigheid van deze aanpassingen.

Het Europees Hof van Justitie zal binnenkort dus tweemaal moeten oordelen over de wettigheid van het Belgische systeem van Havenarbeid. Een uitspraak in beide zaken wordt verwacht over ongeveer anderhalf jaar.

Wet-Major reeds lang voer voor discussie

Bedrijven binnen het havengebied dienen verplicht gebruik te maken van erkende havenarbeiders voor zowel havengebonden als logistieke activiteiten. Dit is een gevolg van de wet-Major uit 1972. Het Belgische systeem voor erkenning van havenarbeiders is al jaren het voorwerp van discussie. Het grootste pijnpunt is dat bedrijven die dezelfde logistieke activiteiten uitoefenen, buiten de havengebieden geen beroep moeten doen op erkende havenarbeiders en hun personeel aan gunstigere voorwaarden kunnen tewerkstellen.

Verschillende logistieke bedrijven zijn daarom tegen de wet-Major en pleiten voor een afschaffing of versoepeling van het systeem. Zowel de topman van Katoen Natie, Fernand Huts, als Prof. Eric Van Hooydonck spraken zich al meerdere malen uit tegen de wet-Major.

Het Belgisch erkenningssysteem van havenarbeid werd onder druk van een Europese ingebrekestelling aangepast in 2016. De sociale partners sloten een akkoord over een aantal versoepelende maatregelen onder het toeziend oog van toenmalig minister Kris Peeters. Deze aanpassingen werden vervolgens opgenomen in een Koninklijk Besluit waarop de Europese Commissie besloot om de procedure tegen de Belgische staat voorlopig op te schorten.

De bonden hoopten dat met deze wijzigingen een einde zou komen aan de constante aanvallen van werkgevers op het erkenningssysteem. Maar ondanks de versoepelingen uit 2016 blijft de verplichting om gebruik te maken van erkende havenarbeiders bestaan. Ook de loonvoorwaarden. Het mag dan ook niet verbazen dat de kritiek op het systeem blijft aanhouden, zo sprak VOKA topman Hans Maertens zich enkele weken geleden op de Apzi-lentereceptie nog uit over een grootschalige modernisatie van de wet-Major.

Philippe Van Dijck