Nederland overweegt staatsdeelname in North Sea Port

De Nederlandse Staat overweegt een belang te nemen in North Sea Port. Den Haag wil het bedrijf steunen bij de investeringen die de komende jaren nodig zijn. De Staat deed dat al bij het Havenbedrijf Rotterdam voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte.

De staatsdeelname in North Sea Port wordt geopperd in een overeenkomst die de Staat, de provincie Zeeland en de gemeente Vlissingen vrijdag sloten. De overeenkomst beslecht een ruzie tussen het Rijk en Zeeland en Vlissingen, die was ontstaan nadat de regering de verhuizing van een marinierskazerne vanuit het midden van het land naar Vlissingen op het laatste moment schrapte. Volgens de staatssecretaris van Defensie, Barbara Visser, omdat de mariniers niet naar Zeeland wilden verhuizen waardoor er leegloop binnen het marinierskorps dreigde. Zeeland en Vlissingen voelden zich door de staatssecretaris bedonderd, te meer toen bleek dat zij achter de rug van Zeeland en Vlissingen om al zeker een jaar lang andere gemeenten polste of zij interesse in de kazerne hadden.

650 miljoen euro

Om de gemoederen te sussen beloofde Den Haag ruime compensatie aan Zeeland en Vlissingen omdat zij de kazerne misliepen. Dat is een pakket geworden van 650 miljoen euro, onder meer voor de verdere ontwikkeling van North Sea Port en om de spoorlijn Zelzate-Terneuzen door te trekken. De opstellers van de overeenkomst constateren dat North Sea Port een bijzonder winstgevend bedrijf is. Het exploitatierendement van 56% in 2018 was vergelijkbaar met dat van Rotterdam (65%), maar een stuk hoger dan dat van Antwerpen (28%). De financiële basis van North Sea Port is vanwege de geringe omvang van de haven wel zwakker. Het havenbedrijf kent een solvabiliteit van 34% tegen Rotterdam en Antwerpen van 70%.

Forse investeringen

Dankzij financiële garantstellingen van de aandeelhouders heeft North Sea Port desondanks een goede toegang tot de kapitaalmarkt. Maar omdat deze garanties de komende jaren worden afgebouwd, wordt het duurder om kapitaal aan te trekken. Echter, de havens van Vlissingen-Oost en Terneuzen staan in het komende decennium voor totale investeringen van 3,2 tot 4,3 miljard euro, onder meer voor de verdieping van de Vlissingse haven tot 13 meter en voor nieuwe kade-infrastructuur. Van die investeringen moet North Sea Port 5 tot 20% zelf opbrengen, dus 160 tot 870 miljoen euro.

Deelname in havenbedrijf

Daarom doet de Nederlandse Staat de suggestie om voor een niet genoemd percentage deel te nemen in North Sea Port. Maar aan staatssteun verbindt de Europese Commissie strenge voorwaarden, om oneerlijke concurrentie tussen zeehavens tegen te gaan. Toch denken de opstellers dat het mogelijk is. Ook de deelneming van de Nederlandse Staat bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte was 'Europese Commissie-proof'.  

Spoorlijn Zelzate-Terneuzen

De Nederlandse Staat heeft nu voor het mislopen van de marinierskazerne ook de aanleg van de spoorlijn van Zelzate naar Terneuzen hoog op de prioriteitenlijst gezet en de economische opbrengst ervan laten onderzoeken. Tot nu was het animo voor dit spoor aan Vlaamse kant groter dan aan Nederlandse kant. Maar in november nam het Nederlandse parlement een motie aan die de regering opriep om op korte termijn serieus werk te maken van de spoorlijn. In de zomer praten Nederland en Vlaanderen hierover verder. De onderzoekers schatten de 'transportbaten' van het spoor op zo'n 7 tot 10 miljoen euro per jaar en de indirecte baten op 0,7 tot 1 miljoen euro per jaar. De aanlegkosten worden geraamd op 180 miljoen euro, de beheer- en onderhoudskosten op 1,5 tot 2 miljoen euro, beide exclusief btw. Vlaanderen en Nederland zullen de kosten van de spoorlijn delen.

Ook personenvervoer

De onderzoekers roepen ook op om te bekijken of de spoorlijn voor personenvervoer kan worden gebruikt. Dat zou een grote verbetering van het openbaar vervoer tussen Gent en Terneuzen betekenen. Aan de andere kant zou vanwege de beperkte capaciteit van de infrastructuur, toevoeging van personenvervoer een negatieve invloed kunnen hebben op het goederenvervoer.

Adrie Boxmeer