Logistieke consulenten kostten 7.400 euro per advies

Minister van Mobiliteit Ben Weyts heeft de logistieke consulenten afgeschaft omdat hun ‘prestatie-indicatoren’ hem niet overtuigden. Zij worden vervangen door een multimodaal promotiebureau. Gesprekken hierover zijn met het VIL aan de gang.

Het mobiliteitstijdschrift ‘De Verkeersspecialist’ brengt in zijn jongste uitgave een verslag van de commissievergadering Mobiliteit in het Vlaams Parlement van medio april. Tijdens die vergadering vroeg Caroline Bastiaens (CD&V) om uitleg over de afschaffing van logistieke consulenten. Ook vroeg zij hoe ver hij staat met de oprichting van het multimodaal promotiebureau en wat de precieze opdracht zijn van dit bureau.

In maart was Weyts nog erg vaag gebleven over de redenen die aan de basis lagen van de afschaffing van de logistieke consulenten. Toen had hij zich in een antwoord op een geschreven vraag beperkt tot de verklaring dat “de uitdagingen voor de logistiek groot zijn en budgettaire beperkingen tot keuzes dwingen." Maar nu is hij veel duidelijker geweest in zijn antwoord aan volksvertegenwoordiger Bastiaens.

“Bij de opstart van het project waren vier senior consulenten actief, bijgestaan door twee juniors einde 2015. Dat project heeft 2,5 miljoen euro gekost. De consulenten hebben 684 gesprekken met bedrijven gehad die hebben geleid tot 318 adviezen, wat neerkomt op 7.400 euro per advies. Dat is toch wel een aanzienlijke som”, aldus de minister.

Implementatiegraad te laag

Volgens Weyts werd tevens vastgesteld dat de adviezen zich meestal richtten op transportplanning en magazijnanalyse: “Dat gaat eerder om bedrijfsoptimalisatie dan om een logistieke of mobiliteitsbenadering. Bovendien bleek dat 56% van de adviezen effectief werden geïmplementeerd. Die implementatiegraad, afgezet tegen het besparingspotentieel, komt veel lager uit”. Ook stelde hij vast dat het om een eenmalig advies ging.

“Wat mij opviel, was dat de adviezen vooral monomodaal zijn, eerder gefocust op de bestaande vervoersmodi en logistieke processen. Dat lijkt me een pijnpunt”, klonk het verder.

Inventariseren

Tevens wees Weyts erop dat er diverse overheids- en andere spelers hetzelfde doen en ondersteuning bieden, maar veeleer gefocust op één modus. Daarbij citeerde hij Waterwegen en Zeekanaal, De Scheepvaart, het Agentschap Innoveren en Ondernemen, Promotie Binnenvaart Vlaanderen, het VIL en het VIM. “Die doen niet allemaal iets gelijkaardigs, maar voeren op zijn minst toch een deel van die opdracht uit”, aldus Weyts.

Hij liet dan ook deze inspanningen inventariseren. “Zodoende kunnen we het beleid focussen en dubbelop vermijden. Momenteel voer ik ook gesprekken met het VIL om een multimodaal transportplatform in hun schoot vorm te laten krijgen.”

Daarop vroeg Bastiaens om meer uitleg over dat multimodaal promotiebureau. “Dat u daarbij in de eerste plaats aan het VIL denkt, lijkt me correct. De expertise die het de jongste jaren heeft opgebouwd en hun aantrekkingskracht waardoor meer bedrijven erbij aansluiten, wijzen erop dat het wel gewaardeerd wordt.” Maar de volksvertegenwoordiger vroeg ook wat er met die voormelde instellingen, zoals Promotie Binnenvaart en Shortsea Shipping, zal gebeuren en of ze in dat platform zullen moeten opgaan of hun expertise met het VIL kunnen delen.

Het antwoord van Weyts was eerder ontwijkend. “De multimodale benadering is alleszins belangrijk, en ik denk dat op dat vlak echt nog een promotioneel veld open ligt, namelijk de promotie van de binnenvaart. In dat kader wil ik het momentum gebruiken van de fusie van Waterwegen en Zeekanaal en De Scheepvaart om de binnenvaart en heel de waterweg te promoten, vanuit de wetenschap dat 80% van de ondernemingen in Vlaanderen op een afstand van tien kilometer of minder van een bevaarbare waterloop ligt.”

“In plaats van de focus te leggen op de file aan de voordeur zouden de bedrijven ook eens moeten kijken naar de boulevard aan ruimte aan hun achterdeur. Daarop zal dus ook een focus worden gelegd wanneer het gaat over het nieuwe project dat het VIL inzake logistieke 'consulentie' zou kunnen vervullen”, aldus de minister.

Binnen enkele maanden

Weyts zei ervan uit te gaan dat de gesprekken met het VIL “binnen enkele maanden afgerond zullen zijn en dat we snel tot de uitrol kunnen overgaan.”

Tegenover Flows bevestigde Liesbeth Geysels, directeur van het VIL, dat er gesprekken aan de gang zijn. “Wij zijn nu de krijtlijnen aan het uitwerken en zullen ze in juni aan de raad van bestuur voorleggen. Bij goedkeuring werken wij verder aan ons voorstel. Wij streven ernaar om na de zomerperiode een concreet voorstel met de minister te kunnen aftoetsen.”

Harde noten kraken

Het dossier is ingewikkelder en vooral gevoeliger dan het lijkt. Weyts gaf het immers zelf toe: “Het zal wel iets moeilijker zijn om te bekijken hoe we mensen en/of middelen desgevallend kunnen verschuiven. Als ik wil komen tot een bundeling van een en ander, zal dat misschien ook het gevolg zijn, maar het zal in concreto misschien wel iets langer duren.”

Dat er nog harde noten te kraken zijn, merkte Bastiaens overigens op in haar slotwoord: “Een ander element dat me nog niet helemaal duidelijk is, is de relatie tot Promotie Binnenvaart en het nieuw op te richten promotiebureau.”