Grondafhandelaars: "Corona erger dan 9/11, SARS of IJslandse vulkaan"

De drie grondafhandelaars – dnata, WFS en Swissport – luiden de alarmbel. Doordat de passagiersvluchten wegvallen, zien ze de toekomst van de sector somber in. Ze vragen aan de overheid maatregelen zodat ze het hoofd boven water kunnen houden. 

Het is de eerste keer dat de drie grond- en cargoafhandelaars een brief aan de regering schrijven. Ze uiten hun bezorgdheid over de impact van COVID-19 op hun activiteiten. Zonder dringende overheidssteun kunnen ze de continuïteit van hun activiteiten niet verzekeren tijdens deze crisis. 

Ergste crisis

De sector kent een lage-margemodel. "We worden meestal betaald op basis van geleverde diensten of volume. Wanneer vliegtuigen aan de grond blijven, vallen we zonder inkomsten”, zo luidt het in de brief. Het is de grootste crisis die de sector al meemaakte, nog erger dan 9/11, SARS of de IJslandse vulkaan. “COVID-19 is anders, omdat het een wereldwijd en langetermijnprobleem is."

Operationele flexibiliteit

Daarom vragen de drie grondafhandelaars aan de regering om maatregelen te nemen: de liquiditeit verzekeren door gratis leningen of andere instrumenten, de versnelde omzetting van afwezige medewerkers naar werkloosheid, of ziekteverzekering zonder wachtdagen, een belastingvrije bonus voor medewerkers die voortwerken en uitstel van betalingen aan de overheid.

Wat de cargoactiviteiten betreft, pleit de sector tijdelijk voor een grotere operationele flexibiliteit. De sector wil meer vluchten in overeenstemming met de 7th freedom of the air (het recht om passagiers of vracht tussen twee vreemde landen te voeren zonder voortdurende dienst aan het eigen land), opschorting van boetes van het Brusselse Gewest voor dag- en nachtvluchten en aangepaste geluidsdrempels voor nachtvluchten. 

Melanie De Vrieze