Europees Hof zet bom onder wet-Major op scherp

In de procedure voor het Hof van Justitie over de wet-Major heeft de advocaat-generaal vandaag zijn advies gegeven. Vooral de paritaire erkenningsorganen lijken kop van jut.

Enige tijd geleden trokken een aantal bedrijven waaronder Katoen Natie, General Services Antwerp en de Zeebrugse logistieke groep Middlegate Europe naar de rechter om de wet-Major te laten vernietigen. De zaak belandde uiteindelijk bij het Europese Hof van Justitie. Donderdag werd een belangrijke stap genomen in deze procedure door het advies van de advocaat-generaal Sánchez-Bordona.

Statuut erkend havenarbeider

De advocaat-generaal stelt dat er geen inbreuk is van het Europees recht indien het systeem voor erkenning van havenarbeiders tot doel heeft om de veiligheid in de havens te beschermen. De voorwaarden die aan de erkenning worden gekoppeld, moeten steeds gebaseerd zijn op transparante, objectieve en niet-discriminerende criteria die op voorhand gekend zijn. Er mag vanzelfsprekend ook geen belemmering zijn voor kandidaat-havenarbeiders uit andere Europese lidstaten.

Vervolgens beschrijft Sánchez-Bordona welke criteria of toelatingsvoorwaarden strijdig zijn met het Europees recht. Zo mag men wel eisen dat havenarbeiders een veiligheidscertificaat kunnen voorleggen, maar dit certificaat mag niet de vorm aannemen van een pasje afkomstig van een private onderneming en dat vernieuwd moet worden bij elke nieuwe arbeidsovereenkomst.

Ook gaat de advocaat-generaal dieper in op de werking en samenstelling van de erkenningcommissies en medische goedkeuringsorganen. De advocaat-generaal stelt dat het moet worden vermeden dat de reeds aanwezige marktdeelnemers (zowel aan de werknemers- als werkgeverskant) beslissen over de toelating van nieuwe werknemers. Er moeten bij het beslissingsproces ook voldoende objectieve procedurele waarborgen worden gegeven dat de erkenning correct verloopt.

Tot slot stelt Sánchez-Bordona dat het vermijden van sociale onvrede geen argument mag zijn voor de instandhouding van een systeem dat strijdig is met de Europese regels. 

Gevolgen advies

Hoewel het advies van de advocaat-generaal zeker niet in alle gevallen gevolgd wordt door het Hof van Justitie, geeft het toch een indicatie over wat er te gebeuren staat.

Het statuut van de erkende havenarbeiders blijft in het advies overeind maar de advocaat-generaal stelt zich toch enige vragen bij de erkenningsprocedure en de paritaire organen. Indien het Hof van Justitie het advies volgt, zou een mogelijk gevolg kunnen zijn dat de erkenning door een ander orgaan en op een andere manier dient te gebeuren.

Voorlopig is het afwachten tot het Hof van Justitie een definitief eindoordeel velt. Deze uitspraak wordt binnen enkele maanden verwacht.

Belgisch systeem van erkenning

De wet-Major uit 1972 werd genoemd naar Louis Major, destijds minister van Arbeid, en is reeds lang het voorwerp van discussie en rechtszaken. De wet-Major voert een systeem in waarbij bedrijven binnen het havengebied verplicht gebruik dienen te maken van erkende havenarbeiders voor zowel havengebonden als logistieke activiteiten. Vooral deze laatste categorie is misnoegd dat bedrijven die dezelfde activiteiten uitoefenen, maar dan buiten het havengebied, geen beroep moeten doen doen op havenarbeiders maar goedkopere werkkrachten kunnen inzetten.

Het Belgisch erkenningssysteem werd sinds 1972 een aantal keer gewijzigd. De laatste aanpassing dateert van 2016 ten gevolge van van een Europese ingebrekestelling. De sociale partners sloten toen een akkoord over een aantal versoepelende maatregelen om de werkgevers tegemoet te komen. Onder goedkeuring van een referendum onder de havenarbeiders werden deze maatregelen door toenmalig minister Kris Peeters vastgelegd in een Koninklijk Besluit. De bonden hoopten dat met deze wijzigingen een einde zou komen aan de verzuchtingen van de werkgevers maar dat bleek dus niet het geval. Onder leiding van Fernand Huts en prof. Eric Van Hooydonk bleef het protest aanhouden. 

De huidige procedure bij het Hof van Justitie is het gevolg van twee rechtszaken tegen de Belgische Staat ingesteld door Katoen Natie, General Services Antwerp en Middlegate Europe. De Belgische rechtbanken beslisten echter om advies te vragen aan het Grondwettelijk Hof. Ook het Grondwettelijk Hof nam voorlopig geen beslissing en stelde een prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie. Het Grondwettelijk Hof vroeg het Hof van Justitie specifiek om na te gaan of het Belgische systeem strijdig was met het Europees recht van vrijheid van vestiging en nijverheid.

Philippe Van Dijck

Lees hier hoe wordt gereageerd op deze ontwikkeling.