Dirk de Kort betreurt uitblijven evaluatie proefproject ecocombi’s

Minister van Mobiliteit Weyts had beloofd om het proefproject met ecocombi’s in september te evalueren. Door het beperkt aantal gegevens, kunnen er echter geen conclusies getrokken worden. “Dat is zeer jammer”, zegt Vlaams parlementslid Dirk de Kort.

Het project met de ecocombi’s is na veel voorbereidend werk door de Vlaamse administratie in juli 2014 van start gegaan. In transportkringen heeft men het echter over tegenwerking. Het proefproject duurt tot juli 2016 en is één keer met twee jaar verlengbaar. De proef is in de praktijk echter pas in januari begin dit jaar van start gegaan, met één combinatie van NinaTrans.

“Eind januari 2015 werd het eerste ecocombi-traject van Heverlee tot de haven van Antwerpen bij ons voorgesteld. Daarnaast waren er nog verschillende trajecten in de slotfase voor het proefproject. In oktober werd er nog een bijkomende vergunning afgeleverd voor een traject in de haven van Antwerpen van Linker- naar Rechteroever. Een andere aanvraag wordt momenteel nog behandeld”, aldus Dirk de Kort (CD&V). De vergunning die deze maand werd afgeleverd ging naar de transporteur Gilbert De Clercq

Onvoldoende gegevens

“Uit de evaluatie blijkt echter dat er onvoldoende gegevens zijn om harde conclusies te trekken uit het proefproject”, betreurt het parlementslid, die die hierover een parlementaire vraag aan minister Weyts gericht heeft.  

Hij kreeg wel informatie van de minister over de inzet van de ecocombi van NinaTrans. “Tussen 26 januari en 22 september is gereden op 132 effectieve dagen, waarvan ongeveer de helft met vier enkele ritten per dag en de andere helft met dagelijks twee enkele ritten. Een gemiddelde rit duurde 1 uur en 25 minuten, aan een gemiddelde snelheid van 68km/u”, zo heeft De Kort vernomen.

Hij betreurt dan ook dat door het kleine aantal deelnemers, niet meer conclusies te trekken zijn. “Het is dan ook aangewezen om verder in te zetten op een Benelux-samenwerking, zodat het aantal deelnemers uitgebreid kan worden en er meer conclusies getrokken kunnen worden uit het proefproject”,  aldus De Kort.