België pakt handicaps in e-commerce aan

In Brussel is het e-Commerce Platform in het leven geroepen, een overlegorgaan tussen de overheid en een aantal stakeholders om de handicaps in de Belgische digitale handel aan te pakken. Het moet de knelpunten registreren en de middelen voorstellen.

Dinsdag stond e-commerce zeer hoog op de Belgische politieke agenda. Eerst organiseerde federaal minister van Werk en Economie, Kris Peeters, een rondetafel over nachtwerk in de logistiek. Nadien schoof hij aan op een conferentie georganiseerd door de ministers Alexander De Croo (Digitale Agenda) en Willy Borsus (Middenstand, Zelfstandigen en kmo’s), waar het e-Commerce Platform werd voorgesteld.

E-Commerce groeit in België vrij fors: volgens AT Kearney staat ons land nu in Europa op de negende plaats, terwijl het vorig jaar nog op plaats 15 stond. Toch zijn er talrijke factoren die deze groei vertragen, waaronder het verbod op nachtwerk volgens artikel 35 van de arbeidswet. Het platform dat De Croo en Borsus initieerden, moet daaraan verhelpen. Het zal in eerste instantie de hinderpalen moeten identificeren en voorstellen formuleren om ze weg te werken.

Vijf werkgroepen

Het platform zal bestaan uit vijf werkgroepen, aldus Jean-Marc Delporte, voorzitter van het Directiecomité van de FOD Economie. Ze zullen zich buigen over evenveel thema’s:

  • reglementaire belemmeringen
  • ‘geldkwesties’ (fiscaliteit en betalingsdiensten)
  • flexibiliteit (logistiek, arbeidsflexibiteit en loonkost)
  • ondersteuning (van de innovatie en stimulering en ondersteuning van kmo’s)
  • ‘Internationaliteit’ (internationale dimensie van e-commerce en aantrekken van buitenlandse spelers naar België)

Alle werkgroepen zullen bestaan uit vertegenwoordigers van organisaties zoals Comeos, Agoria, VBO, Unizo, be commerce.be, VIB e.d.m). Verder zullen ze bestaan uit kennisinstituten VIL, Logistics in Wallonia en bedrijven zoals banken, bpost en Digitopia. Daarnaast zullen twee medewerkers van de FOD economie en een vertegenwoordiger van één van de betrokken kabinetten erin zetelen.

Volgens Delporte kunnen geïnteresseerden zich tot 12 mei kandidaat stellen voor één of meer van deze werkgroepen. Deze zullen in juni voor een eerste keer apart samenkomen en nog voor het einde van het jaar moeten ze met hun besluiten klaar zijn. Die worden nog in december in plenaire voorgesteld.

Verhuis naar het buitenland

Dat er inderdaad haast bij is, bleek duidelijk uit de uiteenzetting van Dominique Michel, de CEO van Comeos. “De buitenlandse e-tailers worden bij ons steeds belangrijker”, stelde hij. In 2012 waren ze goed voor 33% van de e-commerce in België, terwijl zij in 2014 al opgeklommen waren tot 42,1%. Een ‘buitenlandse e-tailer’ wordt beschouwd als een handelaar die het grootste deel van de toegevoegde waarde - logistiek, picking & packing - in het buitenland realiseert. Het kunnen dus ook Belgische bedrijven zijn.

“We kopen online minder ‘nationaal’ dan de buurlanden: slechts 30%, terwijl dit percentage in Nederland 72% is en 66% in het VK”, haalde Michel tevens aan. Ander voorbeeld: 15,2% van de ‘.be domeinnamen’ worden naar Nederland doorverwezen. En 60% van de advertenties op Google gericht op Belgische consumenten komen uit het buitenland, waarbij Nederland weer vooraan staat.

e-Commerce Valley

Volgens Michel verhuizen de kerntaken in de e-commerce dus steeds vaker naar het buitenland. Om dit tegen te gaan, moet o.a. het personeel efficiënter ingezet worden en moet de loonkost naar beneden, moet de fiscaliteit herzien worden om de elektronische handel te faciliteren, en moeten de regels eenvoudiger en uniform gemaakt worden.

“Wat er op het spel staat”, zei Michel, “is een potentieel van 36.000 banen. Wij hebben grote troeven om de 'e-Commerce Valley’ te worden, maar er moet ingegrepen worden om dit potentieel te realiseren.”

Deze troeven zijn - naast de centrale ligging en de transportinfrastructuur - de kennis en ervaring van de logistieke dienstverleners, de vijfde plaats in de Europese Digital Economy Index, de meertaligheid en motivatie van het personeel, de efficiënte (lucht)havens en de handelscultuur.

Logistiek

Er zijn troeven, maar ook hindernissen. Die werden al eind vorig jaar aangehaald in een rapport van het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL) uitgevoerd door PWC. In die studie werden 44 Europese regio’s bestudeerd als locatie voor de logistiek van e-commerce. Met een zesde plaats op de ranglijst doet Vlaanderen het niet slecht, maar ze valt wel buiten de top 5.

In die studie werden een aantal oorzaken hiervoor onderzocht. Die bevinden zich ook buiten de logistieke sfeer, zoals het gebrek aan informatici en - in vergelijking met bijvoorbeeld Nederland - een gebrek aan kennis op het vlak van e-commerceplatforms. Vooral wat betreft de maturiteit op het vlak van de ondersteunende diensten.

Nachtwerk

Eén van de grootste obstakels om het potentieel van België te realiseren is, zoals gesteld, het verbod op nachtwerk. Kort voor de lancering van het platform had minister Peeters een aantal vertegenwoordigers van de werkgevers, de werknemers, de logistiek en de distributie rond de tafel gebracht.

Zoals geweten wil de regering dit probleem aanpakken, maar dat kan niet zonder de bonden. Die vrezen immers dat de jobs in de logistiek voor de e-commerce minderwaardig zullen zijn. Daarbij spelen de voorbeelden van Duitsland waar webshops als Amazon en Zalando op dat gebied een kwalijke reputatie hebben. Ook geld Nederland als voorbeeld, waar veel studenten en interims worden ingezet in het nadeel van een vrijmaking van het nachtwerk.

Eveneens aan die kant wordt nu aan een hoog tempo verder gewerkt. Peeters wil de stakeholders in juni al weer bij elkaar krijgen.