19/10 - Familiebedrijven in logistiek: risico of kans?

Welke meerwaarde biedt familiaal ondernemerschap in een snel veranderende sector als transport en logistiek? Drie gepassioneerde familiale ondernemers deden hun verhaal op een geanimeerd Flows-ontbijt in Ekeren.

19 oktober 2018
€ 95.00
Flows- abonnees (incl ontbijtbuffet - gratis parking)
€ 115.00
Niet-abonnees (incl ontbijtbuffet - gratis parking)

"Familiebedrijven in de logistiek – risico of kans?" Onder die noemer verzamelden een veertigtal professionals uit de logistiek- en transportsector tijdens een Flows-ontbijtevent in Hof ter Delft, Ekeren. Met persoonlijke getuigenissen van Stéphanie Feys (Zuidnatie), Benoit Van Dyck (Edmond Van Dyck & Sons) en Luc Haesaerts (Haesaerts Intermodal), gemodereerd door Flows-hoofdredacteur Bart Timperman en aangevuld met cijfers van Trends-expert Burt Riské, probeert het gezelschap in kaart te brengen waar in de snel veranderende logistiek- en transportsector de kansen en de risico's liggen. 

Betrokkenheid

Over een zaak is het panel het alvast eens: de persoonlijke betrokkenheid en de korte beleidslijnen in familiebedrijven zijn een troef. Uiteraard telt in elk bedrijf de bottomline, maar uit de verhalen van de drie ondernemers blijkt dat bij familiaal ondernemen nog net iets meer emotionaliteit komt kijken. "Prijs speelt in alle onderhandelingen een beslissende rol, maar ook de betrokkenheid en de service die je biedt, trekken klanten over de streep", weet Benoit Van Dyck. "Onze service moet dan ook 200 procent zijn." 

Stéphanie Feys beaamt: "Voor klanten heeft een familiebedrijf als het onze een gezicht. Kan ook moeilijk anders, wanneer je zoals mijn vader 35 jaar actief bent. Dat schept een speciale band met de klanten. Die relatie, samen met de juiste prijs, is belangrijk voor een lange samenwerking." 

Luc Haesaerts stelt het zo: "In een familiebedrijf blijf je je ervan bewust dat je met mensen werkt. Zo proberen wij goed voor onze buitenlandse chauffeurs te zorgen. Een CEO moet met veel ratio's rekening houden, maar problemen los je op met mensen." 

Zaken taboe met kerst

Dat het financiële, economische en persoonlijke in een familiebedrijf zo dicht bij elkaar liggen, zorgt onvermijdelijk soms voor spanningen. De drie panelleden hebben elk zo hun eigen aanpak om daarmee om te gaan. Een belangrijke, zij het ongeschreven, regel blijkt te zijn: aan de kersttafel wordt er niet over zaken gepraat. "Je neemt je conflicten niet mee naar huis", zegt Van Dyck, die samen met zijn broers de onderneming leidt zonder afgebakende hiërarchie. Bij Zuidnatie is het net wat ingewikkelder: daar staan vader en dochter soms in een hiërarchische verhouding. "Als we meningsverschillen hebben, praten we die op het bureau uit, alvorens naar huis te gaan."

Voor Haesaerts komt het er vooral op aan om het overerfbaar vermogen (het eigenaarschap) en het management te scheiden van elkaar. "Als er zich in de familie een goede manager opwerpt, dan mag die aangeworven worden. Maar het moet ook mogelijk zijn hem te ontslaan. Een bedrijf moet kunnen evolueren, en vooral: de aandeelhouders moeten bereid blijven om te investeren." Haesaerts spreekt uit ervaring: hij kon maar in het familiebedrijf aan de slag nadat hij een postgraduaat financieel beheer ging volgen. De CFO van het bedrijf - moeder Haesaerts - was immers van mening dat 'onze Luc' de omgang met geld niet voldoende in de vingers had om zonder zo'n diploma in dienst te komen. Ook Stéphanie Feys verdiende haar sporen eerst buiten het familiebedrijf. 

Familiale managementcharters, die vaak als oplossing voor potentiële conflicten tussen het familiale en het zakelijke naar voren worden geschoven, hebben de panelleden niet. Duidelijke afspraken en een open communicatie zijn volgens hen wel onvermijdelijk om conflicten te vermijden. 

Vivons cachés

Voor het bredere plaatje zorgt Trends-expert Burt Riské. Hij laat zien dat familiebedrijven vooral wakker liggen van de te volgen bedrijfsstrategie. Ook de rol en bezoldiging van aangetrouwde familieleden is een twistappel, maar nog liever een aangetrouwd familielid aan boord dan een 'externe', zo blijkt. 

Een goed beeld krijgen van de rol die familiaal ondernemerschap speelt in de economie, laat staan in een specifieke sector als transport of logistiek, is niet eenvoudig, weet Burt Riské. In de Belgische transportsector zijn zo'n 20.000 transport- en logistiekbedrijven actief. "Vivons cachés, vivons heureux, lijkt wel het devies van de familiebedrijven", zegt hij. Haesaerts is het daar niet helemaal mee eens. "Ons bedrijfsvermogen is gewoon voor iedereen zichtbaar. Die openheid betekent niet dat je een kmo moet afrekenen op zijn kortetermijnresultaten. Beschouwers hebben vaak minder geduld met een kmo die enkele slechte jaren doormaakt dan met een multinational die al langer slechte cijfers voorlegt." 

De transport- en logistieksector is wel heel gevoelig voor faillissementen, blijkt uit de cijfers van Riské: enkel in de horeca gaan meer zaken over de kop. Vorig jaar ging het om 379 bedrijven, dit jaar staat de teller al op 266. Daarbij maakt hij wel de opmerking dat het aantal stopzettingen (1.320 in 2017) veel meer impact heeft. De nettogroei van de sector is wel positief, al is het maar de vraag hoe levensvatbaar veel van die nieuwkomers zijn.

Haesaerts: "Geen pop-uptransporteurs"

Haesaerts legt de vinger op de wonde. "Bij veel kleine transportbedrijven is er nog een lange weg te gaan voor de professionalisering van het management. Veel chauffeurs willen voor zichzelf rijden. Hun kennis van bedrijfsbeheer is vaak matig en dat zorgt vroeg of laat voor problemen. Er zou een soort 'thuisbasis' moeten komen om die bedrijven te begeleiden. We willen toch absoluut vermijden dat er zoiets ontstaat als pop-uptransportbedrijven die het niet lang uitzingen."

Wat in 2050? 

Hamvraag: blijven familiebedrijven overeind in de snel veranderende wereld van transport en logistiek? Feys blijft op de vlakte, Van Dyck is stelliger: "We doen er alleszins alles aan om in 2050 nog te bestaan. We moeten wel een steeds grotere waaier aan diensten bieden, want de sector zal nog sterk wijzigen." Haesaerts blijft er filosofisch bij. "Achteruitkijkspiegels heb je enkel nodig op een vrachtwagen, wist mijn moeder al, maar een kristallen bol heb ik niet. Bedenk dat bij grote multinationals als Schenker, Bolloré, Kuehne+Nagel ook telkens een mens, een meneer Schenker of Bolloré aan de basis heeft gestaan." 

Michiel Leen