Stefan Geerts (Vlaamse Waterweg): “Altijd watergebonden nerd geweest”

Interview, Mensen
Bart Meyvis
Stefan Geerts
Stefan Geerts © Stefan Geerts

Stefan Geerts heeft al een lange carrière achter de rug bij de Vlaamse Overheid. Hij maakt nu de sprong van het Waterbouwkundig Laboratorium naar De Vlaamse Waterweg. Hij zal zich daar verder verdiepen in de digitalisering van onze Vlaamse waterwegen.

Stefan Geerts (SG): “Bij het Waterbouwkundig Laboratorium in Oostende heb ik het project rond de nieuwe sleeptank getrokken en ik ben nu net begonnen bij de Vlaamse Waterweg. Ik zat dus al bij de Vlaamse Overheid en ik blijf bij de Vlaamse Overheid, maar de invulling van mijn job zal wel volledig veranderen. Van opleiding ben ik scheepsbouwkundig ingenieur, dus ik heb altijd al wel heel veel interesse gehad in de maritieme wereld. Ik wilde toch wel wat dichter bij de echte wereld gaan staan met meer rechtstreekse impact. In mijn nieuwe job zal mijn focus veel meer liggen op de binnenvaart. Ik ben gestart bij De Vlaamse Waterweg bij de cel Binnenvaartinnovatie. Die behelst een team dat allerlei initiatieven neemt in het kader van de digitalisering van de waterwegen en het waterwegennetwerk.”

Dus jullie zijn het team achter de digitalisering van de binnenvaart?

SG: “Klopt. Een van de initiatieven die we ondersteunen, is ‘smart shipping’, dus alles wat te maken heeft met autonoom varen en van op afstand bediend varen. We ondersteunen ook initiatieven zoals het elektronisch melden van lading en vaart. In mijn nieuwe rol zal ik me vooral ontfermen over het stukje innovatie en onderzoek binnen de cel. Een toekomstig project is bijvoorbeeld de digital twin (een digitale copy van de werkelijkheid) van de Vlaamse waterwegen die we zullen bouwen. De grote uitdaging zit in het goed afstemmen van alle noden op en rond die bevaarbare waterweg, zoals alles wat te maken heeft met drinkwater, proceswater, vaarwater en een correct waterbeleid bij te veel of te weinig water in onze waterwegen. Een heel complex evenwicht. Mijn grootste uitdaging zal erin bestaan om dat evenwicht te capteren. Stel dat er nog eens een waterbom valt op Vlaanderen, dan moeten wij snel en juist kunnen anticiperen op alle beslissingen die dan genomen worden.”

Wil dat dan zeggen dat jullie gebruikmaken van technologie die al aanwezig is, of gaan jullie ook bijvoorbeeld aan de slag met nieuwe sensoren?

SG: “Beide. Er is al heel veel technologie op de waterwegen. De kunstwerken worden geautomatiseerd en van op afstand bediend. Er is sowieso al een gigantische automatisering en informatisering van alle huidige systemen. Dat wordt dan nog aangevuld met heel wat nieuwe initiatieven, zoals bijvoorbeeld ‘Internet of Water’.  Er zijn nu al gigantisch veel data beschikbaar en er is daardoor ook echt nood om die data te verwerken, verbinden en te ontsluiten, zodat we echt linken kunnen leggen. Data samen, juister en beter ontsluiten naar de mensen die het nodig hebben.”

Zal jullie digital twin binnenkort dan gekoppeld worden aan Apica, de digital twin van de Antwerpse haven?

SG: “Eigenlijk is er al heel veel gekoppeld. We noemen het misschien nu nog geen digital twin, maar er zijn al erg veel gemeenschappelijke systemen. Een daarvan is eRIBa, het elektronisch aanmelden. Als je bijvoorbeeld van Oostende naar Hasselt vaart, dan hoef je je maar een keer aan te melden in plaats van bij elke vaarwegbeheerder afzonderlijk. Een grote uitdaging voor ons is om alle betrokkenen hierin mee te hebben. Het heeft immers geen zin om digitale systemen te bouwen die niemand gebruikt. De binnenvaart moet zich in de toekomst vooral kunnen bezighouden met het vervoeren van goederen en niet met het invullen van documenten.”

U zegt dat het een hele uitdaging is om ondernemingen mee te trekken in het verhaal. Trekken jullie dat dan helemaal door tot op het onderwijsniveau?

SG: “In mijn rol ben ik echt ingeschakeld om de technische kant van het verhaal te ondersteunen. Maar De Vlaamse Waterweg is gelukkig ook verantwoordelijk om de bevoegdheden uit te reiken en in dat kader past ook het stukje onderwijs met bijvoorbeeld een simulatorexamen en -training. Het is net instroom die in heel de logistiek en maritieme sector een probleem is, maar vooral toch in de binnenvaart. Er staan ons nog zoveel boeiende innovaties en veranderingen te wachten. Zo zien we bijvoorbeeld meer estuaire vaart opduiken, coasters die hoe langer hoe dieper het binnenland invaren, autonome vaart, hernieuwbare en groene energiebronnen  … Ook op het vlak van klimaat staan ons veel uitdagingen te wachten. Op onverwachte momenten kan er plots te veel water of net heel weinig water beschikbaar zijn. Allemaal mooie uitdagingen om je als ingenieur op toe te leggen.”

Hoe bent u zelf in aanraking gekomen met de wereld van het water?

SG: “Ik ben al van jongs af erg gefascineerd door schepen, de zee en het maritieme. Ik zeil ook al heel mijn leven, dus er is altijd al een link met het water en met varen geweest. In Nederland, bij de TU Delft, heb ik maritieme techniek gestudeerd, met een focus op hydromechanica. Daarna ben ik in het onderzoek terechtgekomen. Bij het Waterbouwkundig Laboratorium was ik verantwoordelijk voor bijvoorbeeld het binnenbrengen van nieuwe technologie, meetmethodes en meettechnieken. Binnen de Cel binnenvaartinnovatie waar ik nu net gestart ben, verdiep ik me opnieuw verder in de technologie, zoals virtual en augmented reality, digital twins, maar ook nieuwe manieren om te communiceren over de hele keten heen. Ik ben bang dat ik altijd al een watergebonden nerd geweest ben.” (lacht)

Wat zijn uw verwachtingen on 2023?

SG: “Ik ben vanaf december 2022 aan het warmdraaien. Nu pik ik in op een pilootproject rond digital twin op het kanaal Roeselare-Leie in het kader van het Schelde-Seineproject. Mijn verwachting is dat ik de technologie waarmee we dit project zullen bouwen, zal vinden.”