Potentieel voor logistiek via het tramspoor ondanks drempels

Nieuws, Mensen
Jonas Van Boxel

Katrien De Langhe startte haar onderzoek naar ‘urban freight distribution’ in 2013. “Het idee kwam van het feit dat lokale overheden steeds meer maatregelen nemen om negatieve transportgerelateerde activiteiten in steden te voorkomen. Denk in dat verband maar aan lage-emissiezones. In heel wat stedelijke gebieden ligt er bovendien traminfrastructuur, die vaak niet ten volle wordt gebruikt voor passagiervervoer.”

De Langhe ontwikkelde een generiek model, dat ze toepaste op schoenenzaak Torfs in Antwerpen. “Ik focuste op drie winkels: die van de Meir en de Groenplaats in Antwerpen en die in het Wijnegem Shopping Center. Deze winkels liggen in de buurt van het tramnet, wat van Torfs een potentiële tramspoorgebruiker maakt.”

Daarbij bekeek De Langhe drie mogelijke manieren om de tramsporen in te zetten: een volledig vrachtvoertuig op het spoor, een vrachtwagon die aan een tram wordt vastgemaakt, en transport waarbij een koerier gebruikmaakt van de bestaande tram.

In haar onderzoek stelde De Langhe vast dat een apart vrachtvoertuig inzetten op dit moment niet rendabel is. Er zijn wel mogelijkheden voor de koerier die op de tram stapt, maar dat is enkel een oplossing bij kleine leveringen.

Vrachtwagon

Een vrachtwagon aan een tram hechten, biedt volgens de onderzoekster meer potentieel. Maar ook daar zijn er veel ‘als-en’ aan de slaagkans verbonden. “De bedrijven moeten vlakbij een spoor liggen, bovendien bij een plek waar de tram kan stoppen.” In haar simulatie ging De Langhe uit van technologische innovaties die het mogelijk maken om snel te laden en te lossen, zodat er niet te veel tijdverlies is. Met de huidige congestie en de bovenstaande voorwaarden bood de oplossing vooralsnog geen tijdswinst.

Andere planeet

Maar mogelijkheden zijn er wel. “Wanneer aan de voorwaarden voldaan kan worden, kan tramlogistiek op socio-economisch vlak rendabel zijn”, zegt De Langhe. “De externe kosten van tramvervoer liggen immers lager dan die van het wegvervoer.”

Voorlopig onderzocht De Langhe tramlogistiek uitsluitend vanuit het standpunt van de overheid. “In mijn postdoctoraat wil ik ook de kant van de gebruiker – de bedrijven – bekijken. Want het is nog maar de vraag of er bereidheid is om in zo’n oplossing mee te stappen.” In de laatste jaren merkt De Langhe wel een mentaliteitswissel wanneer ze praat met bedrijfsleiders. “Bij de start van mijn onderzoek bekeken ze mij alsof ik van een andere planeet kwam. Vandaag zie ik in ieder geval al de wil om over de kwestie na te denken.”

Jonas van Boxel