WEEKENDPORTRET – Rik Verhaegen: havencommandant na spannend zeeleven

Nieuws, Mensen
Charlotte De Noose

Een Belgisch en een Luxemburgs zeemansboekje, allebei vol stempels van exotische bestemmingen. En fotoalbums. Dat alles legt Rik (60) ons voor als getuigen van zijn lange, vaak avontuurlijke carrière voor hij bekend werd als havencommandant van de grootste Vlaamse havens. 

“Zeeroots had ik niet”, vertelt Rik. “Ik ben een Aalstenaar en een Expo-kind: als jongste van drie zonen ben ik op 23 november 1958 geboren thuis in Lede. Op een boogscheut daarvan had mijn vader de ijzergieterij Vulcain, nog in de jaren twintig opgestart door mijn grootvader. Wij maakten er onder meer gietijzeren riooldeksels die je nog vandaag overal vindt. De fabriek is in 1985 opgedoekt.”

“Vanaf mijn twaalfde heb ik daar elk jaar in de zomer vakantiewerk gedaan: van de vormkernmakerij tot de ‘bramerij’, waar je pikzwart buitenkwam. Die ervaring heeft gemaakt dat ik leerde om op niemand neer te kijken. Ik ben er mijn ouders nog altijd dankbaar voor.”

Vakanties

“Mijn fascinatie voor varen deed ik wellicht op tijdens onze vakanties. Ik koos direct na mijn humaniora aan het Atheneum van Aalst voor de Hogere Zeevaartschool (HZS). Eind van de jaren zestig trokken we eens met onze Citroën DS door Schotland. Een folder over varen met een gehuurd motorjacht op de binnenwateren, maakte dat we het jaar nadien daadwerkelijk gingen varen. We zijn drie jaar naar de Norfolk Broads blijven gaan. Later vaarden we ook in Frankrijk en Nederland.”

“Mijn interesse voor varen komt dus van daar, maar varen heb ik nooit vanuit de romantiek gezien. Het ging me nooit om de zonsondergang, wel om de fascinatie voor de techniek: het idee om leiding te geven aan zo’n drijvende fabriek.”

“In 1977 begon ik dan aan de Hogere Zeevaartschool. Dat eerste jaar – dat ik dubbelde – was nog in Oostende. In die tijd deed je nog drie jaar HZS en daarna volgde je vierde jaar pas nadat je een tijd gevaren had als aspirant. Zo begon ik op 3 augustus 1981 als aspirant-officier op mijn eerste schip: de bulkcarrier ‘Temse’ van Bocimar op een dienst tussen Europa, Canada en de VS. Ik werd uitgestuurd vanuit Ahlers. Daar zou ik tot 1994 blijven.”

“In 1982 werd ik derde stuurman aan boord van de ‘fruitjager’ ‘Pocahontas’. We voeren naar de VS en Centraal-Amerika. De kapitein had een speciaal karakter. Hij was nors maar kende zijn stiel. Zo’n fruitjager liep 22 knopen en vlakbij Le Havre, zonder loods, begon ik eens als ‘derde’ mijn wacht. Daar in een van de drukst bevaren routes ter wereld en in de nacht, zei hij plots: ‘Als er iets is, roep maar, ik ga slapen’. Echt wel een machtig moment. Het zweet liep uit mijn schoenen. Later realiseerde ik me dat hij mij het volle vertrouwen gaf.”

Met Rik doorbladeren we zijn zeemansboekjes: tankers, containerschepen, speciale werkschepen. Te veel om hier op te sommen.

Apocalyps

Eén incident piekt er uit: in 1988 met de hoogzeesleper Safir van Scheldt Towage Company. Rik zou nog dat jaar kapitein worden. De Iraaks-Iraanse oorlog woedde nog en de Safir was voor dockingmanoeuvres naar de Iraanse olieterminal Larak in de Straat van Hormuz gezonden. Midden mei sloegen Iraakse jets toe met hun Exocet-raketten. Van de ene op de andere seconde zat Rik in een apocalyptisch inferno. De fotootjes zijn té zwakke getuigen van de gigantische branden, het geloei van de vlammen, de verzengende hitte, de ondraaglijke stank van de olie en vooral ‘mensen brandend zien lopen’, mensen te zien sterven.

Rondom Rik stonden de grootste supertankers ter wereld in brand. Daaronder de Liberiaanse ‘Seawise Giant’: met 458 meter en 564.763 ton het grootste schip ter wereld. 

“Drie dagen waren we onophoudelijk aan het blussen”, vertelt Rik. “De ‘Seawise’ konden we blussen. De ‘Barcelona’ (235.000 ton) dreef intussen brandend rond. Toen we de ‘Barcelona’ aanpakten, ben ik aan boord gesprongen om de sleeplijn vast te maken. We hebben hem tot op een ondiepte gesleept. De brand leek stilaan onder controle terwijl we daar met vier slepers rond lagen, drijvend in de petroleum, snikheet.”

“Toen plotseling alles ontplofte. Alles vloog in brand. Ik stond buiten. De stukken staal vlogen over mijn hoofd. De ‘Safir’ heeft zich nog kunnen terugtrekken, zij het dat de meeste tussenwanden waren weggeslagen. Van de ‘Beaufort’ sprongen er mensen in het water. Eén hebben we kunnen redden.  De ‘Scan Partner’ geraakte niet weg en voor onze ogen werden schip en bemanning ingehaald door de brandende zee …” 

Discovery

Een opmerkelijke opdracht kreeg Rik in 1990. Ahlers vroeg hem kapitein te worden op de kabellegger ‘Discovery’, die in aanbouw was op de Boelwerf. “Ik moest de afbouw begeleiden. De ‘Discovery’ zou voor British Telecom Marine gaan varen onder Luxemburgse vlag. Het was een zeer hoogtechnologisch schip met zeer krachtige boegschroeven. Ik ben er vier jaar kapitein op geweest.”

“Met de gloednieuwe Discovery vertrokken we in het voorjaar om in de Noorse fjorden de elektronica in orde te brengen en dan vanuit Aberdeen op de Noordzee in zware storm en op volle snelheid alles uit te testen. Ik was een jonge kapitein en de bende aan boord was dat ook. Dus we hadden er wel zin in. Maar er was een jonge Belgische kok mee die al op de Schelde zeeziek werd. In Aberdeen kwam men me zeggen dat hij héél raar deed: hij botste, totaal warrig, overal tegenaan. Bleek dat hij te veel stickers tegen de zeeziekte had gekleefd die hem high hadden gemaakt.”

“Tot 1994 stond ik op de loonlijst van Ahlers. Toen ben ik overgestapt naar Jan De Nul waar ik met de ‘Christoforo Colombo’ opnieuw wereldwijd ben ingezet. Ik heb heel graag bij De Nul Gewerkt maar ik was nog hooguit 110 dagen per jaar thuis. En in 1994 ben ik getrouwd met Danielle. Ik kende haar van in mijn jeugd. Ik had steeds gezegd dat ik met varen zou stoppen van zodra er kinderen kwamen. Wel in 1994 kwam onze zoon ter wereld en in 1997 ben ik gestopt.”

Versnipperaar

Een merkwaardig intermezzo volgde. Terwijl zijn echtgenote notaris was, begon Rik een eenmanszaak, weg van de maritiem. Het idee had hij in Canada opgepikt: een mobiele papiervernietiger. “Ik had een vrachtwagen met daarop de versnipperaar en ging bij de klanten op ronde. Ter plaatse vernietigde ik hun documenten. Ik heb dat een kleine twee jaar gedaan. Toen kreeg ik een interessant overnamebod.”

Terug maritiem

Rik had inmiddels meegedaan aan een examen bij Port State Control en ging op de Antwerpse Tavernierkaai in 1999 aan de slag. “Je kan daar echt de situatie van mensen verbeteren. Het ergste was een schip waar binnenin de spanten loshingen van de scheepshuid. Je kon er je hand tussen steken! De kapitein was zelf pas in Duinkerke op het laatst aan boord geplaatst. Hij trok bleek weg.” 

Havenkapiteindienst

“Ik deed ook dit werk graag maar het was slecht betaald en bood geen promotiekansen. In 2004 deed ik mee aan een examen voor verkeersleider. In die functie heb ik in shiftwerk alle grote sluizen gedaan. In 2006 werd ik hoofdverkeersleider, een dagtaak waarbij ik direct in het ISPS-gebeuren terecht kwam. Toen ik havenkapitein werd, werd ik specifiek belast met het Port Security Management.”

“ISPS uitbouwen was het werk van Kathy Dua en mezelf. Eerst hebben we dit administratief op punt gesteld. Nadien gingen we als controleurs zelf de zwakke punten uittesten. Soms waren de bedrijven wel eens verbijsterd. Zo bijvoorbeeld toen we binnen het kwartier tot in het kantoor van de grote baas binnendrongen. Dat werd met de nodige humor ruiterlijk aanvaard en aangepakt. Omdat we vrij zelfstandig konden werken, konden we met de bedrijven in vertrouwen een echt beleid uitbouwen. Als je weet dat de US Coast Guard – toch niet de gemakkelijkste mensen – ons model als best practice aanbevelen, zeg dat alles.”

“Al snel waren we nog met twee havenkapiteinen onder de havencommandant. Tegelijk was er een opsplitsing van het nautisch management en de havenkapiteindienst. De aansturing gebeurde vanuit de directie. In 2014 werd ikzelf dan havencommandant van Antwerpen – en daarmee ook lid van de havendirectie – en werden de bevoegdheden terug samengebracht. Maar dat samenbrengen (bedachtzaam) liep niet steeds vlot. Ik ontwikkelde een toekomstvisie maar mijn concepten werden steeds afgevoerd. Ondertussen kreeg ik een aanbieding vanuit Gent.” 

(nog bedachtzamer). “Laat ons zeggen dat er in Antwerpen een aantal meningsverschillen waren. Ik heb echt totaal geen rancune en kom er nog heel regelmatig. Maar als ik voor zo’n aanbieding in die context op mijn leeftijd nog gevraagd werd, was ik uiteraard gecharmeerd. Bovendien was er het aspect levenscomfort. Vanuit Aalst dagelijks naar Antwerpen of Gent … Ik vertrek nu dagelijks drie kwartier later om op hetzelfde ogenblik te beginnen.”

Gent

Kortom, in 2016  kondigde Rik zijn ontslag in Antwerpen aan en begon wat later in Gent. Eerst als havenkapitein, nadien vanaf april 2017 in opvolging van Dirk Vernaeve, als havencommandant.

Een vergelijking maken tussen beide havens, heeft volgens Rik geen zin. “Gent is een andere haven met andere dimensies en andere uitdagingen. Direct maakte ik de samensmelting tot North Sea Port mee waarbij ik uitstekend met mijn Nederlandse collega, havenmaster John Hollanders, samenwerk. Hun systematiek is anders maar komt in essentie op hetzelfde neer. We hebben een heel operationele samenwerking maar komen nu eenmaal uit verschillende culturen en hebben daar nog een weg te gaan.”

“Het is overigens verrassend snel en vlot gegaan. De grote intentieverklaring tijdens de Nederlands-Vlaamse top in Gent gebeurde op 7 november 2016. Eén jaar en één dag later gingen we van start. Als havencommandant zie ik heel duidelijk de meerwaarde. Je ziet dat als buitenstaander niet altijd maar alles groeit door de synergieën. Het geeft ook een breder draagvlak. Gemeenschappelijk werken we nu aan het verbeteren van de infrastructuren. De bouw van de nieuwe sluis zal uiteraard nog heel wat creativiteit vergen. Je leert van die samenwerking. Het is een positief verhaal.”

Heeft havencommandant Rik dan geen heimwee naar het varen? “Natuurlijk wel. Maar ik kan dat vrij goed compenseren omdat ik vaak met het gezin vanuit Cadzand ga zeilen. Daar ligt ons zeiljacht Sivon Planka, oud-Nederlands voor ‘zeven planken’. Het licht en de ruimte in die boot hadden me direct gecharmeerd. Mijn droom is om er eens mee tot Noorwegen te varen.”

Paul Verbraeken