Weekendportret: Reservekapitein-ter-zee Servaty geeft roer door

Nieuws, Mensen
Bart Timperman

“Fregatkapiteins, korvetkapiteins, vaandrigs-ter-zee, … U zal als uw nieuwe bevelhebber aanvaarden …” Onder die geijkte formule, vergezeld van de typische marine-fluitsignalen, gaf reservekapitein-ter-zee Daniel Servaty – als burger een maritiem jurist en verzekeraar – onlangs zijn commando over de Reserve van de Marine door aan Eddie Van Raemdonck. Naast tientallen marinemensen keken ook enkele twintigers en dertigers-in-burgerpak toe: onder andere jonge juristen en ambtenaren die er binnenkort een carrière als reservist bij de Marine bijnemen.

Geboren in Oostende op 4 november 1958 had Daniel Servaty alles mee om van de zilte smaak van de zee te houden. Vader was officier aan boord van Belgische tankers en fruitschepen. En zoals zoveel zeevarenden koos hij na een tijdje voor functies aan de wal: bij de technische dienst van het loodswezen, de staatspakketboten, de (toenmalige) Zeevaartschool in Oostende, hij werd scheepvaartinspecteur, enzovoort.

Voor Daniel stond vast dat hij ofwel naar de Hogere Zeevaartschool ofwel naar de Militaire School zou trekken. Maar zijn ogen lieten dat niet toe. “En dus trok ik naar Leuven om er rechten en nadien nog notariaat te studeren. Dat deed ik samen met Katrien met wie ik in 1984 zou huwen en die eveneens rechten studeerde.” In alle specialisaties koos Daniel al in Leuven heel bewust voor alle mogelijke maritieme-, transport- en verzekeringskeuzevakken.

Legerdienst

Maar vooraleer in het ‘echte’ leven te stappen moest Daniel nog zijn legerdienst doen. “Mijn standpunt was: als het dan toch moet, maak ik er het beste van en wil ik reserveofficier worden bij de Marine”.

Het werden dertien maanden bij de Marine, gevolgd door levenslange oproepingen en promoties. Na zijn opleiding van vijf maanden in Peutie, kwam de jonge kandidaat-reserveofficier (KRO) op de sectie Personeel terecht van de toen nog bestaande marinebasissen in Oostende. Een walfunctie. Zeebenen kreeg hij dus niet afgezien van eens een tochtje met de Belgica en de Zenobe Gramme. “Toch was het een zeer interessante ervaring al was het maar omdat ik in Zeebrugge de zeilschool van de Marine mocht volgen met intensieve lessen theorie en daarna zeillessen in de achterhaven. Die was men toen nog volop aan het aanleggen. Gevolg was dat we daar geregeld vastliepen en iemand dan in de blubber moest om de boot los te trekken. Een Club Med was het zeker niet. Heel die tijd regende het dat het goot. Vaak hadden we meer water boven ons dan onder de kiel …”

Storm

Daniel bleef oproepingen doen. Meer zelfs: terwijl een KRO-administrateur normaliter niet veel promotie kon maken, maakte Daniel de overstap naar een veel actievere inzet bij het NCS (Naval Control of Shipping). In die jaren oefende de Marine nog zeer intens op konvooivorming met koopvaardijschepen van NAVO-vlagstaten. Bij zo’n manoeuvers op zee waren het reservisten die fungeerden als briefing- en boardingofficieren, in contact met koopvaardijschepen. “Omdat de instructies niet zomaar over de radio mochten gegeven worden, werd ik één keer bij zo’n oefening in een vliegende storm met een Alouette afgezet op een koopvaardijschip. Het verwonderde me hoe stabiel die heli bleef. Een flexibeler vorm van die NCS-doctrine werd later toegepast in de Golf van Aden.”

Met de hogere graden volgden voor Daniel ook belangrijker opdrachten. Zo was hij als reserveofficier enkele keren actief in het EUNAVFOR-coördinatiecentrum van Northwood (boven Londen) van waaruit de antipiraterij-operaties in de Golf van Aden worden opgevolgd. En zowel voor de promotie naar Korvetkapitein als naar die van kapitein-ter-zee schreef Daniel ook thesissen: de  eerste keer over “de bevoegdheden van commandanten op militaire schepen buiten de territoriale wateren in het kader van terrorismebestrijding”, de tweede keer over de vraag of “wijzigingen van landsgrenzen een oplossing kunnen bieden voor conflicten of een doos van Pandora zijn”.

Burgercarrière

Maar keren we even terug. Want al die oproepingen deed Daniel Servaty op vrije dagen in zijn drukke burgerleven waar eveneens alles bleef draaien rond de zeevaart, transport en logistiek. Daniel en zijn echtgenote – ouders van een dochter die intussen zelf advocate is – waren eerst enkele jaren actief als advocaat aan de balie van Brugge. “Maar dat type zaken lag ons niet echt. En dus kozen we voor Antwerpen.”

Zijn eerste stapjes daar deed hij als maritiem verzekeraar bij de Ahlersgroep. Waarna hij een carrière uitbouwde – in loondienst of als zelfstandige – als ‘insurance broker’, als branchemanager en algemeen als specialist maritiem verzekeringsrecht bij tal van internationaal werkende groepen zoals Eagle Star, Hudig-Langeveldt, AON, Gras Savoye – Willis Towers Watson Belgium, enzovoort. Al die jaren zag hij de sector ook almaar veranderen en ingewikkelder, internationaler en multimodaler worden. “Zo zagen we de verzekering van schepen quasi volledig uit België wegtrekken. Het algemeen principe blijft echter: alles wat verplaatst wordt, wordt verzekerd. Maar wat is de aansprakelijkheid van de tussenpersonen?”

Alsof dat nog niet volstond, schreef hij tussendoor tal van juridische artikels (bijvoorbeeld over piraterij en ‘de nieuwe Antwerpse goederenverzekeringspolis’), volgde hij internationale bijscholingen en werd hij ook secretaris-generaal van de Koninklijke Belgische Marine Academie.

Herwaardering reserve

Eind 2011, net voor zijn promotie tot kapitein-ter-zee (full-kolonel)(R), werd de standplaats van Daniel Servaty overgebracht van Zeebrugge naar … Antwerpen. De tweede grootste haven van Europa en de grootste van België huisvest immers nog een (kleine) Marine-eenheid Navdetant (Navy Detachment Antwerp). Daniel volgde er aan het hoofd van Navdetant een andere bekende Antwerpenaar op, Patrick Van den Bulck. De functie is vooral protocolair maar is wel het uithangbord van de Marine én de liaison met de burgerwereld.

In 2017 werd KTZ (R ) Daniel Servaty aangesteld als commandant van de Reserve van de Belgische Marine met als doel die te hervormen, uit te bouwen en te verjongen. Of beter: terug in de steigers te zetten want net zoals elders in het leger, sterft de oude reserve er een kwart eeuw na het opschorten van de legerdienst, uit.

Een paar krachtlijnen waren onder meer het aantal Marinevertegenwoordigingen niet langer te beperken tot Antwerpen maar ook ‘NavDet’s’ te organiseren in Gent, Brussel, Luik en Zeebrugge. Het Reservedetachement zelf wordt in vijf onderafdelingen uitgebouwd. “Momenteel zijn we met zo’n 150 mensen maar de Marine heeft de ambitie dat op te trekken naar zo’n vijfhonderd, volledig vanuit de Nieuwe Reserve. En de kandidaten melden zich nu wel degelijk. We mikken daarbij vooral op kwaliteit, niet op kwantiteit.”

Concreet wil de Marine tegen 2030 een zeemacht met zo’n 4.000 à 5.000 manschappen van wie 10% reservisten. “Wij willen geen Reserve voor de Reserve maar een Reserve die daadwerkelijk ten dienste staat van de Marine.”

Idealisten

In zijn afscheidswoordje had Daniel Servaty overigens ook enkele voorzichtige wenken. “We moeten nu echt werk maken van het statuut van de reservisten. Om te beginnen met de honorering. Die is voor reserveofficieren misschien nog te verdedigen maar voor de andere graden niet. Met de huidige dagvergoeding voor een vrijwilliger overtuig je niemand tenzij supergemotiveerde idealisten zoals bijvoorbeeld een reservist-chauffeur die in het burgerleven terminal manager is van een logistieke groep. Tegelijk zijn motiveringscampagnes nodig naar de werkgevers. Ook puur menselijk moet de verzekering bij ongevallen worden geregeld want in tegenstelling tot wat men soms denkt, is dat nog niet op punt gesteld.”

De Marine voorziet voor haar (nieuwe) Reserve drie instroomkanalen. Vooreerst “gemotiveerde jongeren”, met een leeftijdsgrens van 34 jaar. Kortom, jongeren die na de psychologische en fysieke proeven een basisopleiding volgen en nadien regelmatig worden opgeroepen om werkelijk mee te draaien in de Marine.

Uitstroom

Vervolgens mikt de Marine – zonder leeftijdsgrens van 34 jaar – op een “latere instroom”. Daar gaat het dan om diploma’s en specifieke kennis. “Ik zeg maar wat: specialisten in corrosie, communicatie, drones of milieucoördinatie, een scheepsbouwingenieur. Daarbij moeten we ook soepel zijn én moeten we er tegelijk de nodige ruchtbaarheid aan geven. Op de website is immers vrijwel niets te vinden over onze vacatures. En met soepelheid bedoel ik dat als men bijvoorbeeld een ‘master chemie’ zoekt en er meldt zich een burgerlijk ingenieur scheikunde, men dan best toehapt.”

Verder worden, om verlies van kennis in te dijken, mensen van het actief kader zoveel mogelijk aangespoord om nog een aantal jaren werkzaam te zijn bij de Marine Reserve.

“Ik weet dat divisie-admiraal Wim Robberecht en zijn stafchef kapitein-ter-zee SBH Jan De Beurme (Stafbrevethouder) echt werk willen maken van deze Reserve van de Marine. Dat is ook nodig want net zoals de rest van het leger zal onze Marine de komende jaren geconfronteerd worden met een gigantische uitstroom. Op het ogenblik dat we nieuwe fregatten en nieuwe mijnenbestrijdingseenheden in gebruik nemen, zullen we het vereiste personeel nodig hebben. De Reserve kan daar een flexibel deel van het antwoord zijn.”

Paul Verbraeken