Testen met waterstof bij PSA en AET positief afgerond

Nieuws, Logistiek
Philippe Van Dooren
© VIL

Waterstof kan weldra doorbreken als zero-emissie brandstof voor interne transportmiddelen. Op korte termijn biedt een havenomgeving de beste toepassingsmogelijkheden. VIL testte succesvol een terminaltrekker en een vorkheftruck op twee terminals.

VIL stelt vanmiddag de resultaten van het Hydrolog-project voor tijdens het slotevent. In het kader van dat project werden gedurende zes weken een mobiel waterstoftankstation in de Antwerpse haven getest, een terminaltrekker op de AET-terminal en een vorkheftruk bij PSA Antwerp. Beide voertuigen gebruikten de waterstof om in een brandstofcel elektriciteit aan boord te produceren als aanvulling van de batterijen. Voor alle duidelijkheid: de waterstof werd dus niet gebruikt in een verbrandingsmotor, zoals bij de Lenoir-truck van CMB.TECH.

Perfect inzetbaar

“De demonstraties in het project Hydrolog op de terminals van AET en PSA tonen aan dat waterstof als zero-emissiebrandstof op een veilige en performante wijze ingezet kan worden voor de aandrijving van zwaar logistieke uitrusting”, zegt projecteider Filip Van Hulle. “Deze interne transportmiddelen zijn technisch en operationeel perfect inzetbaar. De technologie, die zich nog in prototypefase bevindt, vraagt wel om verdere implementatie om een aantal kinderziektes uit de wereld te helpen. Vast staat dat waterstof een zero-emissie en geluidsarm alternatief is voor diesel binnen logistieke operaties waar batterij-elektrische varianten beperkingen tonen. Daar waar vermogensvragen de implementatie van de bestaande batterijtechnologie overstijgen, komt waterstof in aanmerking.”

Hoge veiligheidseisen

Voor de belevering op de terminals werd gekozen voor een mobiel waterstoftankstation. VIL kon aantonen dat het mogelijk is om de opslag en het vertanken van waterstof te vergunnen, zelfs in een omgeving met hoge veiligheidseisen. Wel zijn deze vergunningstrajecten tijdrovend en duur omdat de wetgeving nog niet helemaal voorzien is op deze nieuwe brandstof. “Ook de impact op het vlak van de bedrijfsorganisatie en de interne veiligheidsprocedures mag niet onderschat worden”, zegt Van Hulle.

Verwachte prijsdaling

Volgens hem vormt het prijskaartje vandaag nog een hinderpaal. “Gelet op de kostprijs van de tankinfrastructuur komen batterij-elektrische heftrucks voordeliger uit dan hun elektrische varianten met brandstofcellen. Maar wanneer de personeelskosten voor verminderde productiviteit omwille van batterijwissels en de verwachte prijsdaling voor waterstof mee in rekening worden gebracht, dan slaat de balans over in het voordeel van waterstof”, klinkt het.

Om bedrijven te begeleiden in hun keuze heeft VIL samen met WaterstofNet een ROI-tool (return on investment) ontwikkeld waarmee bedrijven de Total Cost of Ownership van een vloot op waterstof kunnen berekenen.

Havens eerst

Op relatief korte termijn liggen de grootste toepassingsmogelijkheden in havenomgevingen. Daar is vandaag al waterstof aanwezig, bijvoorbeeld als feedstock van de petrochemie. Ook zal er in de toekomst veel (groene) waterstof beschikbaar komen gelet op de grootschalige elektrolyseprojecten (“waterstoffabrieken”) die op stapel staan in de havens. Deze zullen ook een belangrijke rol spelen in de toekomstige import van waterstof of afgeleiden. Die waterstof zal (deels) gaan naar ‘heavy duty’-transport, zoals de scheepvaart, trucks, logistiek materieel, treinen enzovoort.

De deelnemers aan het Hydrolog-project waren Aertssen, Air Liquide, Antwerp Euroterminal (AET), Brussels Airport, Delhaize, DEME, Ecosource, Engie Electrabel, Fluxys, Inovyn, Kalmar, Motrac, MPET, POM Limburg, PSA Antwerp, Rentaloc, STILL en Toyota Material Handling.

Philippe Van Dooren