(Flowsmagazine) Aardverschuiving verwacht in autologistiek

Nieuws, Logistiek
Bart Timperman
Laadstation wagens bij ICO Zeebrugge
Laadstation wagens bij ICO Zeebrugge © ICO Terminals

De autobehandelaars in onze Vlaamse haven wacht de komende jaren een gigantische omwenteling. De elektrificatie en online verkoopsmodellen zullen de klassieke autologistiek grondig dooreen schudden. Wij blikken vooruit in ons nieuwe magazine.

Verandert Zeebrugge, de grootste autohaven ter wereld, in een ‘custom shop’ waar de consument à la carte zijn droomwagen oppikt? De Vlaamse autoterminals en het bijhorende logistieke netwerk zijn op hun qui-vive voor de grote veranderingen in de supplychains en distributiemodellen van de automobielindustrie. “Onze expertise en geografische ligging aan de in- en uitgang van Europa, passen in het toekomstbeeld van de globale autosector.” 

Het grootste volume van de jaarlijks bijna 3 miljoen nieuwe wagens in Zeebrugge wordt verzet door International Car Operators (ICO) en Wallenius Wilhelmsen Solutions. Ze vangen elkaar graag een vette vis af maar ze zijn ook respectvolle buren die het belang van een sterke cluster verstaan. Ze kennen daarenboven goed hun wereld, als onderdeel van globale maritieme en transportgroepen: respectievelijk het Japanse NYK en het Zweeds-Noorse Wallenius Wilhelmsen. Doorheen dat mondiale venster zien ze de tot nu toe grootste uitdaging van de eeuw op hen afkomen. 

“We hebben zopas ons strategisch plan volledig herschreven”, zegt CEO Marc Adriansens van ICO. In die strategie past ook Jan Maes, die in januari de ICO-rangen versterkte na twintig jaar topervaring in het hoofdkwartier van Mercedes-Benz. “De automobielsector staat voor een ongekende technologische transformatie die alle logistieke dienstverleners dwingt om zich aan te passen”, licht Maes toe.  

 Marc Adriansens: “Op basis van de trends voor de nabije toekomst, hebben we ons strategisch plan volledig herschreven” 

EASCY 

“De vijf trends die de auto-industrie zullen bepalen, liggen vervat in het letterwoord EASCY. De E van elektrificatie, die al volop is ingezet: er komen massaal elektrische wagens op ons af vanuit China en ook de meeste Europese merken stappen versneld af van verbrandingsmotoren. Bij de A van autonoom geven we nog niet meteen het stuur af maar nemen de vormen van rij-assistentie toe. De S van shared slaat op gedeeld gebruik in plaats van individuele eigendom. De C van connected omvat het netwerken van de bestuurder met de buitenwereld en tussen de voertuigen onderling. De Y van yearly update wijst op de permanente, draadloze softwarevernieuwingen zoals van een computer”, legt Maes uit. 

Strategisch plan aangepast 

Die trends zetten volgens Maes het verdienmodel van de klassieke automobielsector volledig op zijn kop. “Werden de logistiek en de distributie geoutsourcet, dan komen nu bij de automerken ook de fysieke verkoop en dienst na verkoop onder druk te staan. Dat biedt verdere uitdagingen en opportuniteiten voor de logistieke sector.” 

“Met die wetenschap hebben we ons strategisch plan aangepast”, zegt Adriansens. “Er zijn drie grote lijnen: de verschuiving van brandstofmotoren naar elektrische voertuigen, de veranderende distributiemodellen en de geografische verplaatsing van de productie. Op die theoretische basis testen we praktische ideeën om toegevoegde logistieke waarde te creëren. We gaan bijvoorbeeld ver in de eindafwerking, tot en met de nummerplaat. We laden de accu met onze eigen groene windenergie en we organiseren een afhaalmoment voor eindgebruikers. Onze dienstverlening betekent een grote meerwaarde voor onder meer de talrijke Chinese merken die ver van de Europese eindmarkt af staan.” 

Witte handschoenen 

Als elektrische wagens veel minder onderdelen tellen en de nadruk sterk op software en batterijbeheer komt te liggen, hoe groot is dan de kans dat haventerminals in autofabrieken veranderen? “Dat is een interessante denkpiste waar wij rekening mee houden. Onze geografische ligging in het hart van de blauwe banaan – de voornaamste Europese consumentenregio – is een zeer grote troef. Eventuele standaardisering van de batterijen en de bijhorende supplychains en distributiemodellen – ook in omgekeerde richting voor recyclage – kunnen grote opportuniteiten bieden”, zegt Maes. 

“In elk geval zal de evolutie binnen de klassieke dealerdistributiekanalen niet betekenen dat er grote vrachtwagens naar de woonwijken zullen rijden. Wel zullen er afleverservicebedrijven ontstaan: lokale chauffeurs met ‘witte handschoenen’ die de eindklant persoonlijk adviseren.” 

Jan Maes: “Er zullen geen grote vrachtwagens met nieuwe auto’s naar de woonwijken rijden, maar lokale chauffeurs zullen ‘met witte handschoenen’ de eindklant persoonlijk adviseren” 

Geen pk’s maar wifi 

“Anticiperen is voor de logistieke sector het sleutelwoord”, zegt Emmanuel Van Damme, general manager terminal Zeebrugge van Wallenius Wilhelmsen Solutions, de ‘landafdeling’ van de rorogroep. “We bereiden ons al voor op andere hardware – elektrische voertuigen – en nieuwe gebruiksmodellen. Tieners van nu vragen niet naar pk’s maar of een wagen over wifi beschikt. Ze verlangen ook niet zozeer naar eigendom maar naar het gebruik van mobiliteit.” 

Het mondiale karakter van de veranderingen stelt het aanpassingsvermogen van de Vlaamse haventerminals maximaal op de proef. “De overkoepelende saus is de Chinafactor. Als alles Duits zou zijn, dan krijg je een georganiseerde en gestructureerde aanpak. Maar typisch voor de Chinese spelers zijn hun expansief opportunisme en snelle acties. Dat drijft onze ateliers – de Pre-Delivery Inspection of PDI-centers – naar een enorme flexibiliteit in mensen en infrastructuur. Naargelang de wisselende wensen over het niveau waarop de batterij opgeladen moet zijn, moeten we investeren in honderd, tweehonderd dan wel duizend oplaadstations. Ook op het vlak van de menselijke inzet is meer flexibiliteit nodig, zowel qua arbeidsvolume als qua invulling van de taken. Software updaten is een heel ander werk dan bijvoorbeeld spiegels monteren.” 

Emmanuel Van Damme: “De typisch Chinese snelle acties drijven ons naar een enorme flexibiliteit in mensen en infrastructuur” 

Lokale verdeelcentra 

Ook Van Damme ziet de automobielsector evolueren naar meer rechtstreekse leveringen aan de eindklant. “De tussenstap van de klassieke dealer verdwijnt bij steeds meer merken. Dat gebeurt niet alleen uit commerciële overwegingen maar ook simpelweg doordat een elektrisch voertuig veel minder verslijtbare onderdelen heeft. De laatste stap naar de consument wordt ofwel een thuisleverdienst ofwel gaat de klant zelf naar de terminal, wat af en toe al gebeurt. We verwachten dat er ook fijnmazige netwerken van lokale ‘compounds’ in het Europese binnenland zullen ontstaan.” 

Wanneer wagens compleet anders gebouwd worden, moeten ook productielijnen aangepast en zelfs compleet nieuwe fabrieken gebouwd worden. Kunnen de Vlaamse haventerminals hun expertise en geografische ligging uitspelen om eventueel productie aan te trekken? “We zien alvast dat een aantal constructeurs kiezen om bepaalde elektrische modellen voor de hele wereld in België te maken, en via ons te exporteren. Voorbeelden daarvan zijn Volvo in Gent en Audi in Vorst. De troeven van Zeebrugge inzake kwaliteit van de havenarbeiders en specifieke expertise en infrastructuur, spelen daar zeker een rol in. De aanwezigheid van verschillende concullega’s hielp ons om samen een unieke cluster te ontwikkelen. Onze expertise als fullserviceproviders en onze geografische ligging zijn ook grote troeven in de omgekeerde richting vanuit Azië naar de Europese markt. We geven bijvoorbeeld aan onze Chinese klanten advies en begeleiding om hun transport en logistieke processen optimaal te ontwikkelen. Die Vlaamse sterktes moeten we absoluut in beeld houden op de radars van de grote autohoofdkwartieren in China, Japan, Singapore en Duitsland.” 

Zuiniger varen 

Een beloftevol hoofdstuk noemt Van Damme het organiseren van een logistiek model voor de volledige levenscyclus van de batterijen. “We kijken daarbij verwachtingsvol uit naar de ontwikkeling van de Europese batterijenfabrieken. Mede door de sterke impulsen van de Europese Unie zijn de autoconstructeurs definitief de weg naar zero-emissie ingeslagen. Steeds meer klanten vragen naar een ‘groene’ en multimodale behandeling en zijn bereid om daarvoor een eventuele kost te betalen. Ook in onze scheepvaartdivisie zijn er inspanningen om de CO2-uitstoot te beperken door het gebruik van biobrandstoffen en walstroom. We doen momenteel een interessante oefening: met datamapping een betere prognose maken van de bezetting van de kades. Daarmee willen we vermijden dat schepen zich nodeloos haasten – en dus meer brandstof verbruiken – om daarna toch even te moeten wachten tot er een kade vrij is.”

Roel Jacobus

www.icoterminals.com 
www.walleniuswilhelmsen.com 

Interesse om dit artikel in printversie te lezen? U krijgt ons magazine op eenvoudig verzoek. Mail uw naam en adres naar marketing@flows.be en u krijgt het gratis toegestuurd.