Belgische aanwezigheid op Duitse wegen gehalveerd op twaalf jaar tijd

Nieuws, Logistiek
Philippe Van Dooren

De directeur van Febetra houdt al jaren de cijfers bij van de Mautkilometers die Belgische vrachtwagens rijden. Ze vormen namelijk een barometer voor de competitiviteit van de Belgische wegvervoerders. “Uit de statistieken voor het eerste semester blijkt dat Belgische vrachtwagens in het eerste semester 2019 5,5% meer Mautkilometers afgelegd hebben dan in de eerste jaarhelft van 2018. Op het eerste gezicht lijkt dat positief nieuws. Bij nader inzicht is dat niet helemaal het geval, want het ‘tolplichtig’ wegennet is met 39.000 kilometers uitgebreid. Daardoor moet je op alle Bundesstrassen Maut betalen. Dat was in de eerste jaarhelft van 2018 nog niet het geval”, zegt Degraef.  

Door de uitbreiding van het Mautnetwerk steeg het aantal afgelegde kilometers gemiddeld met 19% (alle nationaliteiten bij elkaar). Met +5,5% zitten de Belgische vervoerders hier dus duidelijk onder. “Dat is opvallend en ook verontrustend”, zegt Degraef. “Als we alleen de kilometers die op autosnelwegen afgelegd werden in beschouwing nemen, stellen we een stijging van gemiddeld 1% vast. Tegen die algemene trend in laten de Belgen een daling van 1,4% optekenen. Een zoveelste bewijs dat onze Belgische vervoerders zelfs op de korte afstandsrelaties naar de buurlanden terrein blijven verliezen.”

Een aderlating van 57%

Dat verlies aan concurrentievermogen is bijzonder duidelijk als men de cijfers over meerdere jaren bekijkt. “Op 12 jaar tijd is het aantal door Belgische voertuigen afgelegde Mautkilometers in Duitsland met zo maar eventjes 57% gezakt”, zegt Degraef.

Het marktaandeel van de Belgische transporteurs in het vervoer tussen België en Duitsland is inmiddels gedaald tot 13,5%. De Duitse en de Poolse hebben samen iets meer dan de helft in handen. Het aandeel van de Nederlandse transporteurs is met 11,10% bijna even groot als dat van de Belgen.

[[{“fid”:”19850″,”view_mode”:”full”,”fields”:{“format”:”full”,”field_image_copyright[und][0][value]”:”Febetra”,”field_image_caption[und][0][value]”:””},”type”:”media”,”field_deltas”:{“1”:{“format”:”full”,”field_image_copyright[und][0][value]”:”Febetra”,”field_image_caption[und][0][value]”:””}},”link_text”:null,”attributes”:{“class”:”media-element file-full”,”data-delta”:”1″}}]]

Sociale partners eensgezind

“De Belgische transporteurs zijn door hun loonhandicap gewoon te duur. Alleen een lastenverlaging zou soelaas kunnen brengen. In het protocolakkoord tussen de werkgevers en de vakbonden is opgenomen dat wij samen naar de volgende federale regering zullen trekken om te pleiten voor die verlaging. Het is de vurige hoop van de sociale partners dat men naar hen zal luisteren”, voegt hij toe.

Hij zegt wel te beseffen dat het niet van een leien dakje zal lopen. “Een structurele lastenverlaging voor één sector mag niet, want dat zou discriminerend zijn. Een verlaging van sectorspecifieke lasten kan daarentegen wel. Daarom vragen wij al járen de vrijstelling van sociale lasten op de beschikbaarheidstijd, de zogenaamde ‘niet-productieve uren’. Dat zou de competitiviteit van de Belgische vervoerders al wat verbeteren”, zegt Degraef tot slot.

Philippe Van Dooren