Cao-overleg arbeiders in transport en logistiek in het slop

Nieuws, Logistiek
Sven Josten

Het overleg tussen de werkgeversorganisaties Febetra, TLV en UPTR en de vakbonden BTB en ACV-Transcom is afgebroken. Volgende donderdag komen de partijen terug bijeen op voorwaarde dat er dan een nieuw werkgeversvoorstel op tafel ligt. Frank Moreels van BTB: “Eerst hebben we zeer constructief samengewerkt en alles wees erop dat er een potentieel akkoord zou worden bereikt.” En Jan Sannen van ACV-Transcom: “De lonen binnen onze sector zijn zo laag dat de toegestane maxima binnen dewelke onderhandeld kan worden in feite niet volstaan.” Philippe Degraef van Febetra zegt dat “De onderhandelingen zijn niet afgesprongen. Ze zitten wel behoorlijk vast. In de komende dagen zullen de werkgeversorganisaties onderling overleg plegen met het oog op een nieuw voorstel.”

Overleg CAO afgesprongen

Gisterenavond bereikte ons het bericht van de vakbonden BTB en ACV-Transcom dat het loonoverleg voor de arbeiders in transport en logistiek – waaronder ook de vrachtwagenchauffeurs vallen – is afgesprongen. De vakbonden stellen dat de werkgevers de 1,1% loonsverhoging uit het interprofessioneel akkoord niet willen toekennen. Van werkgeverszijde stelt men dat dit slechts in zou kunnen gaan op 1 januari 2020 en niet op 1 juli 2019. De bedrijven hebben tijd nodig om met hun klanten te overleggen om dit door te rekenen. De vakbonden stellen dan weer dat ze niet inzien waarom dat voor de bedienden (PC 226) wel kan per 1 juli en niet voor de arbeiders.

Netto of bruto

Bij de vakbonden wordt gedrukt op de lage brutolonen. Het uurloon van 12,10 euro bruto zou volgens hen veel lager zijn dan in andere sectoren. Michael Reul van UPTR: “De nettolonen in de vervoers- en logistieke sector zijn behoorlijk, onder meer door de ARAB-vergoeding, die netto is. Misschien vinden we een oplossing door het toekennen van andere nettovergoedingen zoals toeslagen voor nachtarbeid, woon-werkverkeer of eventueel maaltijdcheques.” TLV wenste in dit stadium liever niet te reageren omdat ze het overleg niet via de pers willen voeren.

Internationale vergelijking

Philippe Degraef van Febetra: “Een studie uit 2016 door het Franse CNR toont aan dat de Belgische chauffeur het meeste kost van heel Europa en dat is nog steeds het geval.” Dat ook het gedeelte patronale bijdrage het hoogste was van alle landen, zal niemand verwonderen. Het is een veelgehoorde verzuchting in België, die ook regelmatig door politici zelf wordt geuit: “De totale loonkost is te hoog, niet wat de werknemers in handen krijgen.” Degraef: “Sinds 2004 heeft het Belgische beroepsvervoer 65% van haar omzet in het internationaal vervoer zien wegvloeien naar andere landen. Bij de overige 35% zitten dan zelfs nog de buitenlandse chauffeurs die onder een Belgisch contract werken. Voor het binnenlands vervoer is de situatie uiteraard minder dramatisch maar voor alle vervoer samen (cabotage, crosstrade enzovoort) bedroeg het verlies al 44% in 2017.” De uitbreiding van de Europese Unie heeft dus een erg moeilijke situatie gecreëerd die gekenmerkt wordt door hyperconcurrentie.

Functieklassen en barema’s

Enige jaren geleden werden er nieuwe functieclassificaties uitgewerkt door het studiebureau Hays. Hierbij werd onder andere een onderscheid gemaakt tussen het type voertuig. De vakbonden wensen nieuwe loonbarema’s te koppelen aan deze functieklassen maar hiervoor zou een akkoord van de minister nodig zijn omdat de loonnorm overschreden zou worden. Voorlopig is er natuurlijk geen minister of regering die zoiets zou kunnen beslissen. De vakbonden mikken op 2 euro bruto. Ze stellen dat de werkgevers voortdurend klagen dat ze geen personeel kunnen vinden. Maar een verhoging van de lonen zou het beroep eindelijk aantrekkelijker maken en zo zou makkelijker personeel kunnen worden gevonden.

Sterkere sectoren

De werkgevers wijzen op de moordende concurrentie in de sector, die ook en vooral uit het buitenland komt. Ze wijzen erop dat ze niet in de mogelijkheid zijn om toegevingen te doen zoals dit in sterkere sectoren wel kan. Verder lijkt het tijdstip erg belangrijk voor de werkgeversfederaties. Ze willen niet graag dat hun leden in het midden van hun contractperiode met verladers terug zouden moeten komen op eerder gemaakte prijsafspraken en zouden liever ineens het hele pakket kennen: de nieuwe kilometerheffingen en wat meer zekerheid en zicht op de evolutie van de brandstofkosten. Vandaar dat ze graag het akkoord zouden zien ingaan op 1 januari 2020 en niet onmiddellijk nu. Het is nu afwachten wanneer het overleg hervat zal worden.

Sven Josten