Wim Dillen (Havenbedrijf): “Niet naïef voor Belt & Road Initiative”

Nieuws, Logistiek
Koen Heinen

Dillen zei dat donderdag als een van de sprekers tijdens het eerste gezamenlijke seminarie van Vanbreda Risk & Benefits en Proteus Risk Solutions. Vanbreda heeft sinds begin dit jaar een belang van 30% in Proteus en trekt dat volgend jaar op naar 70%.

Belt & Road Initiative

Wim Dillen lichtte de positie van Antwerpen toe ten opzichte van het BRI waarmee China de handelsroutes van de Oude Zijderoute vanuit Azië naar Europa wil doen herleven. “Na decennia van groei wil China zijn binnenlandse vraag verbeteren. Het kijkt daarvoor naar het westen omdat het daar nog groeimogelijkheden ziet. China wordt ook duurder zodat een deel van de productie naar nog goedkopere landen verhuist”, zegt Dillen.

De handelsoorlog met de VS noemt hij een gevecht voor de wereldwijde positie als economische grootmacht. “China verklaart wel dat het BRI welvaart brengt voor de hele wereld, maar we moeten niet naïef zijn. Zij kiezen landen die interessant zijn vanuit strategisch oogpunt. Op de BRI-landkaart staat geen enkele West-Europese haven. Dat verontrust die havens en vormt een grote uitdaging”, zegt hij.

Dillen wijst erop dat de Chinese groei is vertraagd omwille van geopolitieke thema’s. Bovendien bevinden heel wat BRI-projecten zich nog in een conceptuele fase.

Link met Afrika

Tijdens een forum over de Chinees-Afrikaanse samenwerking in Beijing heeft China zijn inzichten gewijzigd, weet Dillen. “Er kwam heel wat kritiek op het feit dat China goedkope leningen gaf aan landen die ze niet kunnen terugbetalen. Dat zorgt niet voor welvaart maar voor meer problemen. Daarom heeft China het geweer van schouder gewisseld om de kritiek te temperen. Het investeert vooral in strategische projecten in Europa. Wat Afrika betreft, is het in plaats van zich toegang te verschaffen tot grondstoffen, beginnen investeren in de uitvoer van Chinese producten naar Afrika”, legt Dillen uit.

Ondertussen staat Europa voor een multimodale uitdaging in het kader van de CO2-reductie. Daarbij hebben een aantal vervoermodi een voordeel. “Vorig jaar reden 6.363 treinen vanuit China naar Europa met 7 miljoen ton goederen. Met de stijging van de vrachttarieven in de zeevaart wordt het spoor een steeds belangrijker alternatief voor bepaalde producten. Wegens capaciteitslimieten kan het spoor niet alle goederen vervoeren. Het merendeel van de volumes zal nog altijd per schip vervoerd worden. Wij zullen onze positie als interessante locatie voor distributiecentra behouden omwille van de combinatie van verschillende modi. Wat onze positie in het BRI-verhaal betreft, is er tot op heden van die meer dan 6.300 treinen slechts 1 naar Antwerpen gereden. Dat is symbolisch. Ondertussen is het aantal teu dat tussen China en Europa vervoerd wordt, gestabiliseerd”, zegt Dillen.

Hij ziet duidelijk een link met Afrika. “Afrika betekent een volume van 28 miljoen ton voor de haven van Antwerpen. Onze doelstelling is om aan te sluiten op de spoorverbinding met China en een hub te zijn voor Chinese producten bestemd voor Afrika. Niet voor China alleen, maar voor de rest van de wereld. Als hub kunnen we Afrika veel sneller bedienen. De trein vanuit China doet er slechts twaalf dagen over. Dat kan helpen om onze positie als Afrikahub te versterken. Als we niks doen, verdwijnen we gewoon uit beeld. Europa moet zich defensiever opstellen, anders haalt China alle voordelen naar zich toe”, besluit Dillen.

Koen Heinen