Uitspraak over inbeslagname trucks Jost Group week uitgesteld

Nieuws, Logistiek
Philippe Van Dooren

Het federaal parket wil 346 vrachtwagens van Skiptrans – een Roemeens dochterbedrijf van Jost Group – in beslag nemen in het kader van zijn onderzoek naar vermeende sociale fraude. De redenering is dat deze vrachtwagens enkel in België rijden en dat daarom Belgische lonen moeten betaald worden (en dus ook sociale bijdragen in België). Jost Group verzet zich daartegen, omdat het de aantijgingen weerlegt. De rechtbank oordeelde op 27 januari dat de voorgenomen inbeslagname niet mocht doorgaan, maar daartegen ging het parket in beroep.

Gisteren moest de rechter in Luik de knoop doorhakken. Maar die stelde zijn beslissing uit tot 12 maart omdat hij oordeelt dat één belangrijk juridisch-technisch aspect tijdens de zitting niet aan bod is gekomen.

Op 11 maart wordt de zaak echter voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling gebracht. In hoeverre het uitstel van de uitspraak in kortgeding de start van de procedure kan verstoren, konden we niet vernemen. Tevergeefs probeerden we zowel Jost Group als het parket te spreken.

Belang voor Roemeense economie

Inmiddels buigt ook de Roemeense pers zich over de zaak. Volgens een lokale krant heeft Radu Hoza, de Roemeense directeur van Skiptrans bij de overheid in Roemenië, aangedrongen op de bescherming van de werknemers. Volgens hem zijn alle chauffeurs van Skiptrans Roemeense burgers die een maandelijks inkomen van 2.400 euro hebben. Hun bezoldiging bestaat uit een salaris (zo’n 600 euro, red.) en ‘per diem’-bedragen, waarvoor de onderneming in Roemenië belastingen betaalde.

Ook zegt hij dat de onderneming in 2015 van start ging met 368 werknemers en dat dit aantal in januari 2019 al was gegroeid tot 861 werknemers. Volgens hem zou een veroordeling in België een nefaste uitwerking hebben op honderden chauffeurs en andere medewerkers als ze moeten stoppen met werken.

Uit de artikels in de Roemeense pers blijkt nog hoezeer de activiteiten van de Roemeense transportbedrijven die in West-Europa rijden, belangrijk zijn voor de economie. In dat land zijn er 33.000 vervoerbedrijven, die 140.000 vrachtvoertuigen (boven de 3,5 ton) hebben. Hiervan zijn meer dan 100.000 zware trucks, waarvan de helft in internationaal verkeer werken. Slechts een tachtigtal bedrijven hebben meer dan 100 trucks, waarvan de grote meerderheid dochters zijn van West-Europese groepen. Zo goed als alle Euro6-vrachtwagens die in Roemenië zijn ingeschreven, rijden alleen maar in West-Europa.

Als de rechter in België oordeelt dat de chauffeurs van Skiptrans een Belgisch loon moeten hebben en hun sociale bijdragen in België moeten betalen, wordt dat een mokerslag voor de lokale economie in Roemenië.

Philippe Van Dooren