Belgische vervoerders steigeren bij beslissingen Transportministers

Nieuws, Logistiek
Philippe Van Dooren

“Tot onze grote spijt heeft Frankrijk zijn ‘afkoelingsperiode‘ van vijf dagen na een cabotageoperatie erdoor kunnen drukken. Dat zal ten koste van de Belgische wegvervoerders gaan, die de ‘colaterale’ slachtoffers worden van deze regeling. Dat is desastreus voor onze vervoerders”, zegt Michael Reul in een scherpe reactie.

“Zoals de maatregel nu bestaat, worden de Belgische ondernemingen die regelmatig cabotage uitvoeren in de grote buurlanden, gestraft. De maatregel moet sociale dumping tegengaan, maar ze treft wel vooral dat onze vervoerders zullen worden getroffen. Wij pleiten dan ook om de ‘cooling off’ volledig af te schaffen en de chauffeur in de plaats terug te sturen naar zijn thuisland”, zegt ook Lode Verkinderen van TLV.

Volgens Philippe Degraef van Febetra is deze maatregel beter dan het initieel voorstel – onbeperkte cabotage gedurende vijf dagen – dat op een quasi volledige liberalisering neerkwam. “Met de afkoelingsperiode wordt het moeilijker voor de buitenlandse (lees ‘Oost-Europese’, red.) transporteurs om in België te caboteren, maar dat zal de cabotage door Belgische vervoerders in Frankrijk en Duitsland beperken. Wij zijn dan ook voorstander van een vrijstelling van die cooling off-periode voor caboteurs die terugkeren naar hun land van herkomst. Spijtig genoeg is die vrijstelling – waarachter de Benelux en Zweden stonden – niet weerhouden”, zegt hij. 

Tachograaf

“De ministers willen dat alle bestaande tachografen tegen 2024 vervangen worden door de ‘slimmere tachograaf’ van de tweede generatie. Volgens TLV is die korte retrofitperiode onaanvaardbaar, omwille van de hoge kostprijs. Een overgangsperiode van minstens tien jaar is noodzakelijk, rekening houdend met de andere hoge investeringen die van transporteurs worden verlangd, en de impact die dat soort maatregelen hebben op de tweedehandsmarkt”, stelt Verkinderen.

“Febetra is altijd voorstander geweest om die stap over te slaan en onmiddellijk over te gaan naar de echte slimme tachograaf van de tweede generatie”, voegt Degraef toe.

Detachering

Hij zegt blij te zijn met de voorgestelde regels rond detachering bij cabotage en ‘crosstrade’. “Nu is tenminste duidelijk in welk geval de detacheringsregels van toepassing zijn. Maar alles valt of staat bij de controles en meer bepaald bij de samenwerkingsbereidheid tussen controlediensten over de lidstaten heen. Als die er niet is, dan zijn detacheringsregels een maat voor niets. Het is overigens nog niet duidelijk of het akkoord die garanties om gegevens uit te wisselen tussen inspectiediensten van verschillende lidstaten voorziet”, klinkt het.

Ook bij Verkinderen heerst enige scepsis over de positieve impact van de detacheringsregels. “Ze zijn nu duidelijker: een Pool die van Warschau naar Brussel rijdt, valt niet onder de regels. Rijdt hij van Brussel naar Parijs, zal hij voor het gedeelte in België het Belgische minimuloon krijgen en op het Franse het ‘salaire minium’. Maar fundamenteel zal hij nog steeds goedkoper blijven, omdat de sociale lasten in Polen betaald moeten worden. En die zijn veel lager dan die in België”, voegt hij toe.

Ook goed nieuws

“Er is ook goed nieuws. Vooral de strengere toegang tot de markt voor voertuigen vanaf 2,5 ton en het wegvallen van administratieve formaliteiten gekoppeld aan bilateraal vervoer, aangezien de detachering tot cabotage beperkt is”, zegt Verkinderen.

Ook de bevestiging van het verbod op cabinekamperen is volgens hem een goede zaak. Al nuanceert Degraef: “Ook hier valt of staat alles bij een correcte handhaving.”

Verkinderen verheugt zich ook over de verplichte terugkeer naar het thuisland na vier weken. Dat blijkt echter na het lezen van de definitieve tekst geen verplichting te zijn, maar een mogelijkheid. De chauffeur moet met andere woorden niet terugkeren naar het land van herkomst, maar mag dat.

Dat valt niet in goede aarde bij de vakbonden. Volgens Frank Moreels, voorzitter van BTB, zullen de chauffeurs in de kou blijven staan. “De opdrachtgever moet het werkschema van de chauffeur zo organiseren dat hij minstens elke vier weken één keer naar het bedrijf – dus zelfs niet naar huis – kan terugkeren. Wij vrezen dat de druk van de werkgevers op de vrachtwagenchauffeurs om niet van deze gelegenheid gebruik te maken, groot zal zijn”, stelt hij.

Philippe Van Dooren