“Overheid moet exodus grote logistieke centra helpen voorkomen”

Nieuws, Logistiek
Koen Heinen

Het rapport wordt gepubliceerd naar aanleiding van de beurs Transport & Logistics die deze week in Antwerpen plaatsvindt. Volgens de groep evolueert het Belgische logistieke landschap snel door factoren zoals de conjunctuur, de consumptiepatronen en de technologische vooruitgang. Het logistiek vastgoed verdient dan ook meer aandacht om de sterke positie van de logistieke sector in ons land veilig te stellen, zo redeneert de vastgoedgroep.

Uit het rapport blijkt dat de transport- en logistieksector in België in 2014 goed was voor een omzet van 19 miljard euro of bijna 5% van het bbp. Dat is een groter aandeel dan in de buurlanden. De strategische ligging en de multimodale infrastructuur met internationaal bereik samen met de ervaring van de logistieke actoren liggen mee aan de basis van deze dominante positie, aldus het rapport.

Trends

Enkele trends die volgens Dirk Van Bulck, head Industrial and Logistics bij Cushman & Wakefield, een invloed hebben op de logistiek zijn onder meer de recente golf van consolidaties van internationale 3PL’s, zoals de overname van Dentressangle door XPO Logistics en de geplande acquisitie van TNT door FedEx. Verder is er ook de groei van e-commerce waardoor de bestaande werkvoorwaarden in de sector in vraag worden gesteld en de steeds belangrijkere rol van kostefficiëntie om de toenemende concurrentie het hoofd te bieden. Tot slot hebben ook fragmentatie en specialisatie, zoals fast moving consumer goods, last mile en stadslogistiek, een invloed op de logistieksector, gelooft Van Bulck.

Belgische logistieke gebruikersmarkt

Uit het rapport blijkt dat 3PL’s een dominante positie hebben op de Belgische logistieke gebruikersmarkt met een aandeel van 60% van de take-up van logistieke oppervlakte in 2014. Wijzigingen in de logistiekmarkt laten zich dan ook snel voelen in de markt van het logistiek vastgoed. Zo stelt Cushman & Wakefield momenteel vast dat 3PL’s opnieuw naar grotere dc’s vragen (+25.000 m²) en er een beperkt aanbod is van nieuwe logistieke sites op speculatieve basis.

Ook in het segment van de kleine opslagplaatsen voor crossdocking (-5.000 m²) en stadslogistiek is er een toename van de vraag onder impuls van de e-commerce. Eigenaars en ontwikkelaars die zich in logistiek specialiseren evenals transportbedrijven trekken echter steeds meer naar Nederland vanwege de goedkopere mankracht en de flexibeler arbeidsmarkt. Zo ontwikkelt onder meer Groep Heylen een campus van 140.000 m² in Venlo en verplaatst het Luxemburgse Kambukka zijn logistiekactiviteiten over de grens naar het Nederlandse Rucphen om die redenen.

Fiscaal-financiële voordelen

“Om een exodus van de ingebruikname van zeer grote logistieke centra naar Nederland te voorkomen, ten koste van de Belgische logistieke markt en de daaraan verbonden tewerkstelling, moeten de overheden vastgoedeigenaren stimuleren om creatieve projecten op logistiek hotspots te ontwikkelen. Dergelijke projecten hebben een echte toegevoegde waarde op het vlak van locatie en creatie van synergie tussen verschillende actoren”, aldus Van Bulck. Concreet denkt hij aan een aantal fiscaal-financiële voordelen voor de logistieke tewerkstelling en voor de vestiging van DC’s en head quarters, zolang die in lijn zijn met zowel de Belgische als de Europese wetgeving. Voorts verwacht hij meer creativiteit van de overheden om het fileprobleem aan te pakken, aangezien dit ook bedrijven aanzet om zich elders te vestigen. In een ruimere context zijn ook de liberalisering van de havenarbeid en de dreigende uitvlagging van bedrijfswagenvloten naar het buitenland thema’s die dringend aandacht verdienen.

Tot slot verwijst hij naar de studie ‘VIL 4 e-boost’ over e-commerce in Vlaanderen, waarin een tekort aan opslagruimte en terreinen langs de strategische as Brussel-Antwerpen wordt aangekaart. “Daarom zijn stimulerende maatregelen nodig om sites met verouderde opslagplaatsen op deze as op te frissen en om verlaten braakliggende industrieterreinen te saneren”, besluit hij.