Vlaams-Nederlandse havens: overheid moet samenwerking faciliteren

Nieuws, Douane
Michiel Leen
Havenhuis Antwerpen
Havenhuis Antwerpen © Bart Timperman

De eerste editie van de Vlaams-Nederlandse Havendagen staat in het teken van samenwerking. Dat vinden de Vlaamse en Nederlandse havens en hun industriepartners prima, maar ze kijken wel naar de overheden om die samenwerking mogelijk te maken.

Samenwerken is niet evident in een concurrentieel landschap als de internationale havenwereld, maar met het oog op onder andere de ambitieuze klimaat-  en energiedoelstellingen van de Europese Unie, kan het niet anders dan dat de Vlaamse en Nederlandse havens eerder vroeg dan laat wel op elkaar zijn aangewezen. Dat is in een notendop de insteek van de eerste Vlaams-Nederlandse havendagen, die vandaag en morgen worden gestreamd vanuit het Antwerpse Havenhuis. Het event is een initiatief van Nieuwsblad Transport. 

“De Vlaamse en Nederlandse havens zijn partners op het vlak van veiligheid, digitalisering en duurzaamheid”, zet de Nederlandse minister van Infrastructuur en Rijkswaterstaat Barbara Visser de toon. Haar Vlaamse collega Lydia Peeters voegt daaraan toe dat de ambities uit de Havennota rond duurzame groei, meerwaardecreatie en groene transitie samenwerking vergen tussen de verschillende overheden, de Vlaamse havens onderling en de Nederlandse en Vlaamse havens. 

Gedeelde prioriteiten 

In drie panelgesprekken rond duurzaamheid, digitalisering en bereikbaarheid mag duidelijk zijn dat zowel de havenbedrijven als de private en industriële spelers uit de verschillende havens enkele gezamenlijke prioriteiten delen. Voor het faciliteren van die samenwerking kijken ze expliciet naar de overheden. Dat samenwerking over de grenzen wel mogelijk is, leert het voorbeeld van North Sea Port. CEO Daan Schalck pleit voor het vooropstellen van gemeenschappelijke doelen op het vlak van waterstofproductie en CCS (CO2-opslag), maar ook op het vlak van verbindingen naar het brede Europese hinterland dat de havens delen. De verschillen in vergunningen en investeringstrajecten moeten dan wel in de mate van het mogelijke gelijkgetrokken worden tussen beide landen, meent Schalck. “Vandaag wordt nog te weinig grensoverschrijdend gewerkt. We zouden elkaar op termijn zo goed moeten leren kennen dat dat vanzelfsprekend wordt.”

“Geen vijftien jaar wachten op pipeline”

Daar hebben industriële spelers als BASF (Antwerpen) en Yara (Sluiskil, NL) wel oren naar. Jan Remeysen, CEO bij BASF: “Het samenwerkingsmodel dat we nu al hebben binnen havens, moeten we uitbreiden naar een samenwerking tussen havens. Voor de productie van blauwe, en zeker van groene waterstof is dat noodzakelijk. Aan alle voorwaarden is voldaan opdat deze regio een voortrekkersrol kan spelen in de energietransitie.” Michaël Schlaug, CEO van Yara, toont zich ongeduldig. “Het gaat nog niet snel genoeg op het vlak van samenwerking. Een pipeline moet je op korte termijn plannen en aanleggen, niet in een traject van vijftien jaar.”

Digitalisering: eigen community eerst 

Een gebied waarop de havens onderling en over de landsgrenzen heen vandaag amper samenwerken, is de digitalisering. Zowel Iwan Van der Wolf van het Nederlandse Portbase als Koen Breemersch, CEO van Nxtport, zijn hoegenaamd niet tegen samenwerking. Maar het mag duideijk zijn dat beide bedrijven op hun eigen thuisterrein nog prioriteiten zien. “We zijn nu sterk gefocust op onze eigen belangen, al is er wel samenwerking in het onderhandelen van Europese regelgeving”, vat Van der Wolf de situatie samen. “In de toekomst willen we wel werken aan een naadloze overgang tussen de verschillende systemen, wat voor klanten van belang is.” 

Breemersch geeft aan dat NxtPort nog heel wat uitdagingen heeft op het thuisterrein. “De eerste stappen in een digitaliseringsproces zijn altijd moeilijk, maar eens die gezet zijn, is er zeker ruimte voor dialoog en grensoverschrijdende uitdagingen. Eerst willen we onze Antwerpse community optimaal digitaal connecteren. Overigens zijn sommige spelers niet zomaar bereid om hun data vrij te geven, laat staan in een internationale context.” ICT-consultant Norbert Kouwenhoven vindt dan weer dat een internationaal platform als Tradelens al bewezen heeft dat die koudwatervrees erg relatief is. Breemersch legt het initiatief bij de havencommunity: “Als zij vragende partij zijn voor samenwerking, zullen wij dat ondersteunen.” 

Energie: “Elkaar geen vliegen afvangen”

Een debat waarin de beide landen, en niet alleen hun havens, elkaar nodig zullen hebben, is de energietransitie. De combinatie van de Nederlandse en Vlaamse offshorecapacitiet is een conditio sine qua non voor de verduurzaming van de industriële productie. Marc Nuytemans van De Blauwe Cluster benadrukt dat het belang van de consument belangrijk is voor het uitbouwen van die nieuwe energieproductie. “De burger mag niet het gevoel krijgen dat hij het allemaal maar heeft te ondergaan.”

Samenwerken is een must, vindt Nuytemans. “Het heeft geen zin dat we uitgerekend in deze kwestie elkaar vliegen afvangen.” Steven Engels van het Deense energiebedrijf Orsted vindt dat de overheden een tandje bij moeten steken met het scheppen van een regelgevend kader. “De technologie is er en het kapitaal ook.” De discussie wordt bij uitstek politiek: zowel Nuytemans als Antwerps klimaatregisseur Manon Janssen zien de verduurzaming van de lokale energieproductie als een middel bij uitstek om deze regio minder energieafhankelijk te maken van niet-democratische regimes. De havens spelen door hun goede bereikbaarheid een grote rol in die transitie. 

Bereikbaarheid: “Meer dan één tandje bijsteken op spoor”

Over die bereikbaarheid wisselen Stefan Vanfraechem (Alfaport) en Bas Janssen (Deltalinqs) van gedachten. Vanfraechem is van mening dat er “meer dan één tandje bij moet” op het vlak van spoorinvesteringen in haven en hinterland. Het is een pleidooi dat de Alfaport-topman dezer dagen vaker voert. In Rotterdam zijn er op dat vlak ook nog eisen. De Rotterdamse private havenkoepel Deltalinqs vindt dat het best wat meer mag zijn wat de spoorontsluiting betreft. Daarbij is het volgens Vanfraechem oppassen voor ‘NIMBY’-redeneringen. “Een spoorlijn is nu eenmaal een fysiek ingrijpend gegeven. Je  bouwt een spoorlijn niet in de cloud.” Antwerpen heeft bovendien het probleem dat geschikt personeel moeilijk te vinden is. “De Nederlanders hebben vanuit de ‘Mainportidee’ toch de neiging hun ‘kroonjuwelen’ iets meer te koesteren dan wij.” 

“Maar ervaring en kennis kunnen we wel uitwisselen”, meent Janssen. “We moeten attractiever worden, ook bij de jeugd. Dat begint in het basisonderwijs en hogerop met meer aandacht voor technisch onderwijs en ICT.” Nog meer werk voor de verschillende overheden, kortom. 

Na de middag staat een debat gepland tussen de CEO van de verschillende Vlaamse en Nederlandse havens. Morgen staat in het teken van de binnenvaart. 

Michiel Leen