Alleen havens bezorgen België hoge score in transportinfrastructuur

Nieuws, Douane
Jean-Louis Vandevoorde

In zijn ‘Global Competitiveness Report 2014-2015’ houdt het World Economic Forum 144 landen tegen het licht. Op basis daarvan worden rangschikkingen opgesteld voor de meest uiteenlopende “pijlers” (onderwijs, instellingen, arbeidsmarkt…) die de competitiviteit van een land bepalen.

Eén daarvan is transportinfrastructuur. België bengelt in dat classement lang niet onderaan, maar veel reden om zich op de borst te kloppen als transit- en distributieland heeft het volgens de methodiek van het WEF niet. De meest opvallende conclusie is dat België in de beoordeling van de kwaliteit van transportinfrastructuur keer op keer Nederland moet laten voorgaan. De afstand tussen beide landen is bovendien soms opvallend groot.

Slechte wegen, goede havens

Nergens is de kloof groter dan wat de kwaliteit van de wegeninfrastructuur betreft. België blijft in die rangschikking steken op een bedroevende 27ste plaats, terwijl Nederland op de vijfde plaats prijkt. Ook de kwaliteit van de spoor- en luchtvaartinfrastructuur kan volgens het WEF duidelijk beter: aan spoorzijde is België veertiende (en Nederland negende), aan luchtvaartzijde vijftiende (en Nederland vierde).

De havens vormen voor België het enige lichtpunt. Daar zit ons land wel in de toptien, met een zesde plaats. Fors beter dan Duitsland (op de veertiende plaats) en zeker Frankrijk (32ste), maar Nederland is nummer één (voor Singapore, de Verenigde Arabische Emiraten, Hongkong en Finland). De haven van Rotterdam zet het met plezier in de verf. “Het is de vierde achtereenvolgende keer dat ons land de eerste positie inneemt”, klinkt het van die kant.

Wat de algemene kwaliteit van de transportinfrastructuur betreft, moet België vrede nemen met een zeventiende stek, terwijl Nederland zesde staat. Voor zijn transportinfrastructuur krijgt Nederland globaal genomen de vierde plaats toegewezen, terwijl België twintigste eindigt.