Spoor heeft behoefte aan gecoördineerde en algemeen gedragen visie

Een van de uitdagingen voor het spoorvervoer is een door iedereen gedragen visie voor de toekomst. Dat was een van de conclusies op de vierde conferentie SeaRail georganiseerd door spoornetbeheerder Infrabel.

Thema van de in Antwerpen gehouden conferentie SeaRail was multimodaliteit en het belang van het spoorvervoer in de logistieke keten.

Federaal minister van Mobiliteit François Bellot (foto) wijst op het belang van het spoorvervoer voor de goede bereikbaarheid van de havens en de verwachte groei van het goederenvervoer. “Havens en spoorvervoer moeten samenwerken”, aldus Bellot. De minister geeft aan dat in het meerjareninvesteringsplan (MIP) 2016-2020 een investeringsprogramma ten voordele van het goederenvervoer per spoor en de toegang tot de havens is voorzien. Voor het eerst zijn ook de gewesten betrokken bij de opmaak van het MIP waardoor volgens de minister de dynamiek en de relevantie van het plan is vergroot.

Nog wat het spoor betreft, herinnert hij eraan dat de IJzeren Rijn een prioriteit is in het kader van de Europese spoorcorridor Noordzee-Balticum en dat de subsidies voor het gespreid en gecombineerd vervoer in 2016 worden voortgezet.

Multimodaal promotiebureau

Zijn Vlaamse ambtgenoot Ben Weyts wijst erop dat grote investeringen in de haven van Antwerpen zoals de Kieldrechtsluis, voor een toename van de goederentrafiek zullen zorgen. Dat vergt bijkomende investeringen in infrastructuur en de minister kondigt aan dat het infrastructuurbudget in 2017 met een derde zal worden opgetrokken.

Volgens Weyts wordt slechts 10% van de overslag in de Vlaamse zeehavens via het spoor vervoerd. Oorzaak zijn de hoge overslagkosten, de kosten voor de last mile, operationele bottlenecks, enzovoort. Betere infrastructuur, versoepeling van de regelgeving en flexibeler openingsuren van de terminals kunnen een positieve impact hebben. De minister geeft aan zijn schouders te willen zetten onder de oprichting van een multimodaal promotiebureau.

Grote volumes, grote afstanden

Volgens Luc Lallemand, CEO van Infrabel, is het principe van het goederenvervoer per spoor ‘grote volumes over grote afstanden’.

Twee belangrijke aspecten voor het goederenvervoer per spoor zijn volgens hem een infrastructuur in goede staat en kwalitatieve rijpaden. Hij verwijst daarbij onder meer naar de Liefkenshoekspoortunnel in de haven van Antwerpen en de nieuwe spoorbundel van Zwankendamme voor de haven van Zeebrugge.

Lallemand pleit er tevens voor om meer en beter elkaars processen te proberen begrijpen. Hij voegt er wel aan toe dat de Europese partners op hetzelfde spoor moeten zitten om tot een interoperabel spoornet te komen. “Technische barrières kosten tijd en geld en verzwakken de business case van het spoor”, aldus de CEO.

Uitdagingen

Gewestelijk Havencommissaris Jan Blomme stipt aan dat 25 jaar actief 'modal shift'-beleid niet geresulteerd heeft in een groter aandeel van het spoor in Europa en België. “Het spoor heeft ook geen aandeel verloren en dit ondanks de concurrentie van het wegvervoer”, voegt hij er echter onmiddellijk aan toe.

Volgens Blomme kunnen we wat het beleid betreft leren van regio’s buiten Europa zoals de VS, waar de groei van het containerverkeer aan de basis lag van het ontstaan van de zogenaamde ‘landbridges’ en ‘double stack’ spoorvervoer.

De Havencommissaris identificeert een zevental uitdagingen voor het spoorvervoer. In eerste instantie moet een visie voor de toekomst ontwikkeld worden die door iedereen gedragen wordt. Daarnaast moet bekeken worden hoe partijen kunnen samenwerken en welk competitiemodel daarbij wordt gehanteerd. Verder moet het regelgevend kader versoepeld en versneld worden.

Op het vlak van infrastructuur geldt minder, maar sneller en gerichter met zogenaamde ‘quick wins’. Ook op operationeel vlak moet er sneller en flexibeler gehandeld worden. Laatste en niet minder belangrijke uitdaging is volgens Blomme wie in de Belgisch/Vlaamse context de trekker wordt van dit alles.

Blomme onderkent een hernieuwde belangstelling voor het spoor en een nieuw elan bij verladers onder impuls van onder meer het rekeningrijden, vergroening van het transport, tekort aan chauffeurs, ...

Conclusies

Uit de vier interactieve sessies rond de thema’s ‘integratie in de supply chain’, ‘last mile’, ‘innovatie’ en ‘vervoer op lange afstand’ concluderen de moderatoren Liesbeth Geysels en Toon Colpaert onder meer dat wat de integratie in de supply chain betreft het spoor nog voor een aantal uitdagingen staat. Bundeling van goederenstromen via een open dataplatform kan voor een oplossing zorgen. Dat geldt ook voor maritieme stromen. Volgens Geysels draait de kracht rond samenwerking. Hoe het businessmodel er moet uitzien is nog onduidelijk.

Zowel wat de last mile als het vervoer over lange afstand betreft is er volgens Colpaert een sterke roep naar een gecoördineerde visie voor het spoorgoederenvervoer. Ook in dat verband wordt gepleit voor samenwerking op alle niveaus. De vraag is wie daarbij de regisseur moet zijn.

Wat innovatie betreft, heeft het spoorvervoer een inhaalbeweging nodig tegenover het wegvervoer. Spooroperatoren moeten uit innovatief oogpunt samenwerken. Welke instantie de regels moet harmoniseren is echter ook weer niet duidelijk.