VIL ontwikkelt ‘landenselectietool’ voor nearshoring

Bedrijven die hun productie naar Azië hebben gedelocaliseerd maar ‘nearshoring’ overwegen, kunnen nu over een tool beschikken die hen helpt om de beste locatie hiervoor te kiezen. Dat is door het VIL ontwikkeld en is nu al succesvol gebruikt.

Veel bedrijven die in Azië produceren, halen hun productie terug of openen productiefaciliteiten dichterbij. Deze trend, ook wel ‘nearshoring’ genoemd, is voor een belangrijk deel ontstaan door het feit dat de (loon)kostenvoordelen flink zijn afgenomen.

Bij een dergelijk beslissingsproces komen echter zeer veel factoren aan bod. Het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL) heeft daarom een tool ontwikkeld die deze bedrijven moet helpen om het interessantste land voor hun activiteit te kiezen indien ze nearshoring overwegen. Die landenselectietool – de ‘Innovatieselector’ – is vandaag in Antwerpen voorgesteld.

De ontwikkeling van deze tool kaderde binnen het project ‘Nearshoring’ van het VIL. Dat ging van start in maart 2015 in samenwerking met zeven bedrijven: Ahlers Belgium, Barco, DHL Supply Chain, DSV, Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, Group Gheys en Philips.

Het project had tot doel de (logistieke) opportuniteiten van de nearshoring-trend in kaart te brengen en er vervolgens maximaal op in te spelen. “Het kostenplaatje speelt een grote rol in het beslissingsproces van de bedrijven die willen ‘nearshoren’, maar ook andere (kwalitatieve) factoren kunnen van cruciaal belang zijn, zoals politieke stabiliteit, het gemak om in een bepaald land te investeren, de lokale beschikbaarheid van (hoog)geschoolde arbeidskrachten, en dergelijke. De innovatieselector houdt daarom rekening met die verschillende factoren”, aldus Kris Neyens van het VIL, die het project leidde.

22 criteria

“Criteria als reglementering, logistieke infrastructuur, politieke stabiliteit, leveranciersnetwerk, opleidingsniveau … zijn moeilijk meetbaar en bijgevolg moeilijk vergelijkbaar. Het VIL heeft 22 criteria kwantificeerbaar en vergelijkbaar gemaakt. Deze 22 criteria omvatten samen een verscheidenheid aan factoren die een beslissing om te nearshoren en al dan niet voor een bepaald land te kiezen sterk kunnen beïnvloeden. In het model zijn elf landen opgenomen: China, Polen, Macedonië, België, Estland, Roemenië, Turkije, Slovakije, Bulgarije, Spanje en Portugal. Een uitbreiding van het aantal is mogelijk. Het referentiescenario voor de innovatieselector vertrekt van een productie in China met een afzetmarkt in West-Europa”, legt Neyens uit.

Het model dient als steun en leidraad om als organisatie de juiste vragen te stellen bij het evalueren van near- of offshoring en om een eerste, goede benadering te geven van relevante kostencomponenten van land tot land.

“Ad hoc best practices van andere bedrijven bestuderen volstaat niet. Om aansluiting te vinden bij het concept en de mogelijkheden van nearshoring, en in dit kader de opportuniteiten op het vlak van nieuwe logistieke concepten, is het belangrijk dat bedrijven voor zichzelf alle aspecten in overweging nemen”, aldus Neyens.

Toepassing bij Barco

Bij Barco heeft men de tool al gebruikt. “Vóór het gebruik van de ‘Innovatieselector’ was de productkost het basiscriterium in onze beslissingen. Regelmatig kwamen we nadien allerlei andere opportuniteiten tegen, zoals fiscale en legale aspecten, oorsprong van het product, toegenomen supply chain complexiteit, en dergelijke. Die kunnen we nu via de tool op voorhand mee in beschouwing nemen”, aldus Thomas Serbruyns, logistiek directeur van Barco.

Volgens hem is een bijkomend voordeel dat de business case niet meer binnen een kleine groep wordt gemaakt. “Onder invloed van de tool worden we aangemoedigd om verschillende departementen te consulteren”.

‘Doorbraaksamenwerking’

“De echte rijkdom van de innovatieselector zit in het gezamenlijk overwegen van zowel kwalitatieve als kwantitatieve elementen tussen producenten en logistieke dienstverleners. De volledige supply chain wordt hertekend, wat mogelijkheden biedt voor nieuwe transportconcepten en de daaraan verbonden dienstverlening”, aldus Neyens tot slot.