E-commerceleveringen bundelen is niet altijd efficiënter

Het bundelen van leveringen van e-commercebestellingen vermindert niet noodzakelijk de ecologische voetafdruk van de pakjesleveringen. Enkel in landelijke gebieden kan een samenwerking tussen pakjesbedrijven de milieulast fors verminderen.

Dat is een van de resultaten van het projectonderzoek ‘E-green’ van het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL). Samen met dertien bedrijven (zie onderaan) zocht het naar manieren om de Vlaamse e-commerce duurzamer te organiseren. Een van de grote conclusies is dat meer inzetten op afhaalpunten een efficiënte manier is om zowel de kost van de last mile als de CO2-last drastisch te verminderen.

Het bundelen van leveringen door pakjesdiensten blijkt daarentegen geen zaligmakende oplossing om de duurzaamheid ervan te verhogen, al dient dit genuanceerd te worden. “In stedelijke gebieden is het weinig zinvol om de leveringen van de verschillende pakjesbezorgers te bundelen, omdat de meeste van over voldoende volumes beschikken om hun routes op een efficiënte manier te organiseren. De densiteit van de leveringen is met andere woorden voldoende om zelf de leveringstrajecten te optimaliseren”, zegt Peter Lagey, die het project leidde.

“Maar”, zo voegt hij er onmiddellijk aan toe, “in meer afgelegen gebieden is het een ander verhaal. Daar worden pakjesbezorgers vaak geconfronteerd met een lage densiteit, waardoor de kost en milieulast per pakje twee tot vier keer zo hoog ligt. Hier kan samenwerking tussen koerierdiensten dus zeker wel winst opleveren.”

Afhaalpunten

De meest milieu- en kostenefficiënte manier van leveren zijn de afhaalpunten, zo blijkt tevens uit het project. “Als 75% van de leveringen via afhaalpunten zou gebeuren in plaats van via thuislevering zou de kost- en milieuafdruk van de last mile dalen met 60 tot 80%”, aldus Lagey.

Hoewel afhaalpunten een zeer duidelijk ecologisch voordeel hebben, staan de verwachtingen van de consumenten inzake leveringen er haaks op. Binnen het project heeft het VIL immers een consumentenenquête uitgevoerd bij 700 respondenten, waaruit blijkt dat ze blijven vasthouden aan thuislevering bij online bestellingen.

Uit die enquête blijkt dat een meerderheid van de e-shoppers resoluut voor comfort kiest: zij wensen hun online bestelling thuis te ontvangen, liefst zonder meerprijs. Van de milieu-impact van hun bestelling liggen ze niet wakker. Slechts een op de drie e-shoppers geeft aan zijn of haar pakje op te halen in een winkel of afhaalpunt.

Leveringstermijn van minder belang

Ook blijkt uit de enquête dat de termijn waarop consumenten hun pakje ontvangen voor hen veel minder van belang is. “Dat de consument weinig belang hecht aan leveringstermijn mag enigszins verwonderen, webwinkels vechten om marktaandeel met als belangrijkste onderscheidend criterium de leversnelheid en de prijs ervan. Uit onze enquête blijkt echter dat ruim 80% van de online bestellingen voor de consument niet dringend zijn”, luidt het nog.

Het VIL onderzocht dan ook wat het effect zou zijn van een latere ‘uiterste moment van levering’ op kosten en milieu. “Dit effect blijkt anders dan verwacht erg gering. Zelfs bij vijf dagen extra levertijd bedraagt de besparing slechts 9%”, concludeert men.

Sensibilisering

Hoewel afhaalpunten tot 80% duurzamer zijn, verkiest de e-shopper dus met voorsprong de levering aan huis of op een zelfgekozen adres. Simulaties van kostprijs en CO2-uitstoot tonen aan dat precies die gespecificeerde adresleveringen leiden tot hoge kosten en milieubelasting.

“De populaire thuislevering blijkt zowel financieel als wat betreft milieu op langere termijn niet houdbaar. Door de hoge prijsgevoeligheid van de consument kan slimme prijszetting de klant sturen in de gewenste richting. Zo experimenteren de eerste webshops met gratis levering in een afhaalpunt of winkel, terwijl een kleine bijdrage moet worden betaald voor levering aan huis”, aldus Lagey, die pleit voor meer sensibilisering van de consumenten.

Easy wins

Zolang de consument de thuislevering blijft verkiezen, zullen de pakjesdiensten maatregelen moeten nemen om die te verduurzamen. Naast het bundelen ervan in landelijke gebieden,kunnen leveringen duurzamer georganiseerd worden, met een aantal gemakkelijke ingrepen.

De meeste koeriersbedrijven zeggen de chauffeurs hun motor uit te zetten tijdens een levering, maar in de praktijk gebeurt dat vaak niet. In stedelijk gebied met frequente stops leidt stationair draaien tijdens de levering tot meer dan een verdubbeling van de CO2-uitstoot per pakje.

“Nog beter is uiteraard de inzet van ecologische voertuigen. Veel van de 430.000 bestelwagens die op de Vlaamse wegen rijden zijn oud, vaak slecht onderhouden en stoten bijgevolg veel te veel roet en andere schadelijke stoffen uit. Binnen de stad zijn elektrisch ondersteunde bakfietsen en elektrische bestelwagens een alternatief. Voor langere routes kiezen milieubewuste pakketbezorgers best voor CNG-aangedreven voertuigen, die aan ongeveer gelijke kostprijs 12% minder CO2 en ruim 50% minder fijn stof en NOx uitstoten. Wie toch met diesel blijft rijden, zet minimaal Euro 5-voertuigen in,” besluit Lagey.

De dertien bedrijven zijn een mix van kleine logistieke dienstverleners, verladers en een webshop: ASX-IBECO, Bubble Post, Colruyt, DHL Parcel, Dockx Logistics, Groep Heylen, Intervest, Kuehne+Nagel, Magellan Logistics, PostNL, Recupel, Telenet en Unigro.