Dossier directe vertegenwoordiging in eindfase

Het dossier van de directe vertegenwoordiging zou op korte termijn kunnen afgerond worden. De laatste administratieve knopen, die vooral te maken hebben met de verantwoordelijkheden, kunnen binnenkort doorgehakt worden.

Dat is vernomen naar aanleiding van een werkbezoek van federaal minister van Financiën, Johan Van Overtveldt (foto), aan de Antwerpse haven. Net als zijn voorgangers Van Ackere en Geens eerder, was hij uitgenodigd door het Gemeentelijk Havenbedrijf en Alfaport-Kamer van Koophandel Antwerpen-Waasland om een stand van zaken op te maken van douanegerelateerde dossiers.

Daarbij was het dossier van de directe vertegenwoordiging één van de meest prangende dat werd aangekaart. “De wet hieromtrent is al een jaar geleden in het Staatsblad verschenen, maar de uitvoeringsbesluiten laten nog op zich wachten. Er waren nog een aantal administratieve problemen op te lossen, hoofdzakelijk met betrekking tot de verantwoordelijkheden”, aldus Jan Van Wesemael, senior advisor Customs and Compliance bij Alfaport. “Dat was onder andere het geval met de dienstverleners met een eigen kredietrekening, maar het was vooral een technisch probleem qua implementatie. Dat lijkt nu opgelost te zijn, zodat de koninklijke en ministeriële besluiten eerstdaags kunnen verschijnen.”

Werkbezoek

Het werkbezoek startte met drie plenaire sessies tijdens dewelke Van Overtveldt een beeld kreeg van de processen (door Bart Van Mol, trade facilitation manager GHA), een overzicht van de prioritaire dossiers (door Jan Van Wesemael) en een toelichting over de eerdere samenwerking tussen de Antwerpse havengemeenschap (GHA en private sector) en de administratie en de kabinetten, die overigens geleid heeft tot het douanebeleidsplan (door Stephan Van Fraechem, directeur Alfaport Kamer van Koophandel). Nadien schoof de minister bij aan verschillende tafels, waar dieper werd ingegaan op een aantal specifieke problematieken zoals verantwoordelijkheden, automatisering en vereenvoudiging.

Er werd met andere woorden niet alleen maar gesproken over de punten waarop vooruitgang is geboekt, maar ook over een aantal pijnpunten.

Vereenvoudiging van de procedures

Zo vroeg Bart Van Mol, na zijn uitleg over de processen, een realistische benadering inzake verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. “Wij vragen ook een vereenvoudiging van de procedures en een verdere automatisering en digitalisering van de processen”, maakt hij de minister duidelijk.

Ook werd benadrukt dat de douanecontroles beter georganiseerd zouden kunnen worden. Men moet afstappen van de transactionele controles, die de supply chains onderbreken, maar opteren voor een meer ‘system based’-aanpak. Daarbij gaat het meer over het controleren van de operatoren en de goederenstromen. “Dat kan aanleiding geven tot een bijkomend voordeel van de AEO-status”, zegt Van Wesemael aan Flows.

Bouwen op los zand

Ook de stabiliteit van de IT-systemen kwam uitvoerig aan bod. “Zoals geweten heeft het NCTS-systeem onlangs tien dagen plat gelegen, wat tot chaos, kosten en imagoschade heeft geleid. Maar dat baart ons ook zorgen omdat de UCC (Union Customs Code) er zit aan te komen en die zal leiden tot een forse toename van het gebruik van IT. Als het huidige systeem onstabiel is, zou dat in de toekomst voor problemen kunnen zorgen als de nieuwe systemen daarop geïmplementeerd moeten worden. Dat is bouwen op los zand, vrezen wij", zegt hij nog.

Positief was daarentegen de vaststelling dat het douanebeleidsplan de juiste prioriteiten en accenten bevat. “Het wordt dan ook ondersteund door Antwerpse havengemeenschap”, aldus Stephan Van Fraechem. “Die heeft echter ook een aantal bezorgdheden, onder andere rond de aansturing van grote projecten en de deadlines in functie van de UCC. Ook over de beschikbaarheid van middelen en personeel maken wij ons zorgen. Er is een pensioneringsgolf op komst, wat voor problemen kan zorgen voor de bezetting van een aantal strategische posten."

Van Fraechem zei geen pleidooi te houden voor extra FTE’s, maar wel voor een kritische screening en HR-beleid in functie van de strategische noden en prioriteiten.

Project management

Tevens werd benadrukt dat er voor de uitwerking van het douanebeleidsplan nood is aan een echt ‘project management’. Er zijn 125 fiches opgesteld, elke met een op te lossen knelpunt. “Wat de sector vraagt, en dat is al aangehaald met de voorgangers van Van Overtveldt, is dat de douane de dossiers niet één voor één aanpakt, maar dat ze binnen de administratie een aantal mensen zou aanduiden die elk met een bepaald dossier belast zouden worden”, aldus Van Wesemael.

“De bedoeling van dit werkbezoek was niet dat de minister politieke beslissingen zou aankondigen. Het was meer technische vergadering over een aantal dossiers en pijnpunten, waarbij we hopen dat ze een ‘push’ zal geven om sneller te beslissen en te implementeren”, aldus Van Wesemael tot slot.