Van Moer: “Meer capaciteit nodig voor shortsea in havens”

Er is geen structurele shortsea- en binnenvaartinfrastructuur op de zeeterminals waardoor de behandeling van dergelijke schepen duurder wordt. Dat zei Dennie Lockefeer, CCO van Van Moer Logistics tijdens een shortseaworkshop.

In zijn introductie voor de workshop ‘Co-innoveren om te overleven/winnen’ zei Willy De Decker, marktprospector van organisator Promotie Shortsea Shipping Vlaanderen, dat het shortseavolume in de vier Vlaamse havens van 88,5 miljoen ton in 1999 geëvolueerd is naar 145 miljoen ton vorig jaar. Voor dit jaar komt de 150 miljoen ton in zicht.

 Christa Sys van de UAntwerpen verwees in haar bijdrage naar het onderzoeksproject  rond co-innoveren in de transportsector in het kader van de BNP Paribas Fortisleerstoel. Uit dat onderzoek is gebleken dat shortseashipping een zeer innovatieve sector is. Volgens Sys is innovatie een drijfveer voor economische groei. Een aantal innovatieve cases die in het kader van het project onderzocht werden, bleken echter niet allemaal even succesvol. Uit de cases die tijdens de workshop werden voorgesteld, blijkt echter dat het ook anders kan.

Capaciteitsnood

Volgens Dennie Lockefeer, CCO van Van Moer Logistics, is shortsea een belangrijke vorm van transport in havens. Deze transportvorm kampt echter met een capaciteitsgebrek. Sommige havens hebben volgens Lockefeer een structureel probleem met lolobehandeling. “Havens die moeilijker aan lading geraken, zijn sterker in shortsea. Zeeterminals beschikken niet over structurele shortsea- en binnenvaartinfrastructuur. De grote kranen die gebruikt worden voor de zeeschepen maken de afhandeling van shortsea en binnenvaart duurder”. Hij wijst ook op een overkill aan havengelden voor diensten met een hoge frequentie zoals shortsea- of feederdiensten, waardoor de havengelden soms hoger uitvallen dan de kost van het shortseavervoer. Hij pleit bovendien voor het aantrekkelijker maken van 45’-containers, waarvoor nu meer moet betaald worden voor opslag op de terminals. Nichehavens zullen van deze situatie profiteren, zo gelooft Lockefeer.

Flanders Shortsea Corridor

Hij lanceerde tijdens de workshop ook het idee voor een ‘Flanders Shortsea Corridor’, dat gegroeid is vanuit Van Moer. De groep baat de containerterminal in Vilvoorde uit, die bereikbaar is voor shortseaschepen en onderhoudt van daaruit dagelijkse vaarverbindingen naar de haven van Antwerpen. Ook de overslagkade van Umicore langs de Schelde in Hoboken, een kade voor bulkoverslag langs het Zeekanaal in Puurs en de nieuwe kade van de Blue Gatesite langs de Schelde in Antwerpen maken deel uit van het netwerk van Van Moer. “Wij hebben tot op heden geen shortseaterminal maar linken al deze kades met elkaar met dezelfde ‘barge bus”. Bedoeling is ook andere terminals in de corridor te betrekken. “We gaan met de rederijen praten om te zien waar we het best kunnen helpen. Op de as Antwerpen-Brussel zijn we nog maar het topje van de ijsberg aan het gebruiken, zodat we op zoek gaan naar meer lading”. Volgens Lockefeer kan shortsea aan belang winnen door de toenemende regelgeving voor landtransport en moet het corridorconcept niet gezien worden als concurrent maar als versterking voor de havens, door een goede samenwerking en synchronisatie.

Modal shift concept

Glenn De Clercq van de Antwerpse ACB Group legde uit hoe in samenwerking met het Duitse Bosch Siemens Household Appliances een modal shiftconcept werd uitgewerkt als alternatief voor megatrailerlading door gebruik te maken van shortsea en intermodaal vervoer. Vanuit Duitsland worden nu 45’ palletwide containers per spoor en binnenvaart naar Moerdijk vervoerd, waar ze via shortsea naar het VK worden verscheept.

De klant kon overtuigd worden op basis van de constante laadcapaciteit, de mogelijkheid om alle modi te gebruiken, de hoge stiptheid door het korte wegtracé, de verminderde CO2-uitstoot en de vermindering van de Maut. Het project loopt ondertussen tien jaar en is succesvol, zegt De Clercq. Een stuk railvervoer werd wel geschrapt door te veel schade bij het overladen.

Cargo Stream

Het ICT-bedrijf Nallian heeft in het kader van de doelstelling van verlader Procter & Gamble om tegen 2020 naar 45% intermodaal vervoer te gaan, het onafhankelijk pan-Europees platform voor collaboratief transport Cargo Stream ontwikkeld. Daarmee kunnen data van bedrijven gelinkt worden in een B2B-omgeving en kan samenwerking georganiseerd worden tussen verladers, intermodale rail-bargeoperatoren, logistic serviceproviders en value added serviceproviders.

Green Cabotage Containers

Het Nederlandse containerbedrijf K-Tainer heeft met het innovatieve ‘Green Cabotage Containers’ een systeem ontwikkeld om de containers die het verkoopt, in samenwerking met rederijen en verladers, op een goedkope manier bij de koper te krijgen. De verlader mag gratis gebruik maken van de container gedurende 30 dagen en moet de container daarna bij de koper bezorgen. Naast het gratis gebruik van de container heeft de verlader geen kosten voor truck handlings en komt ook de CO2-besparing voor zijn rekening, wat belangrijk is bij het verkrijgen van een ‘Lean & Green’-label. “Een win-win voor beide partijen”, zegt Marco Gerritzen van K-Tainer. Verladers kunnen een keuze maken uit een lijst met beschikbare containers, vertrekpunt en bestemming.