Scania Parts Logistics Opglabbeek breidt gebruik RFID uit

Na de geslaagde implementatie van een RTLS-RFID-systeem in het Scania Parts Center 1 (SPC1) in het Limburgse Opglabbeek, wordt het gebruik van RFID nu uitgebreid naar het recentere SPC2. De toepassing is het resultaat van een VIL-project.

Nu al vijf jaar geleden rondde het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL) het onderzoeksproject ‘Beheer van logistieke dragers’ af, dat veelbelovende resultaten opleverde. De conclusie was dat investeringen in RFID- en RTLS-technologie voor het beheer van logistieke dragers zoals palletboxen, kratten en rolcontainers zich zeer snel terugverdienen.

Een efficiënt beheer van deze dragers – exact weten waar ze zich bevinden – laat immers aanzienlijke kostenbesparingen toe. Tijdens dit project werden RFID (Radio Frequency Identification) en RTLS (Real Time Location Systems) gebruikt. Tevens werd een kosten-batenanalyse verricht op basis van een door het VIL opgesteld ROI-model. Een van de 12 deelnemers aan het project was Scania Parts Logistics.

Uit diens wereldwijd distributiecentrum (DC) in Opglabbeek vertrekken dagelijks ongeveer 26.000 bestelde items. Een goed beheer van de logistieke dragers waarin ze zich bevinden is dan ook van zeer groot belang voor de efficiëntie van het DC. De resultaten van het VIL-project leidden tot de implemantatie van de technologie.

In twee fases

In een eerste fase werd in SPC1 een oplossing geïmplementeerd. Daar werd het Mojix Star RFID-RTLS-systeem geïnstalleerd om de leveringsbewegingen op te volgen van bij de bestelling tot de verzending. “Sinds we RFID hebben geïmplementeerd in SPC1, is het systeem stabiel en zijn wij heel tevreden over de werking”, zegt Brecht Vanhove, Warehouse Engineer bij Scania Parts Logistics.

Het distributiecentrum van Opglabbeek werd in 2012-2013 uitgebreid met SPC2. De eerste resultaten van de implementatie van de nieuwe technologie in SPC1 waren zo positief dat ze ook in SPC2 wordt toegepast. Tegen eind oktober zal de roll-out afgerond zijn. Dit zou de leveringsprocessen aanzienlijk moeten optimaliseren, wat vooral voordelig zal zijn voor buitenlandse klanten, aldus Vanhove.

Opvolging van de richting van de beweging

Om alle transportcontainers op te volgen die over en weer worden getransporteerd tussen SPC1 en SPC2 en om precies te weten in welke richting de onderdelen gaan, besliste het management van Scania om het bestaande RFID-systeem uit te breiden naar twee laadkades in SPC2.

Op basis van de aanbevelingen van de systeemintegrator Mieloo & Alexander opteerde het projectteam van Scania Parts Logistics er echter voor om een andere technologie te gebruiken dan in SPC1. “Aangezien slechts twee laadkades in SPC2 uitgerust zullen worden en er geen RTLS-systeem vereist is in dit nieuwe gebouw, kozen wij voor de Kathrein RFID-leessystemen om te garanderen dat alle herbruikbare transportitems (reusable transport items - RTI) die voorzien zijn van een label, betrouwbaar worden gedetecteerd en de richting van de beweging wordt bepaald”, stelt Vanhove.

“Door het gebruik van RFID zijn we voor bijna 100% zeker dat alleen onderdelen die daadwerkelijk werden besteld in de containers voor buitenlandse zendingen belanden. Zo kunnen wij de leveringsfouten die het moeilijkst te corrigeren zijn vermijden en de tevredenheid van de klanten verhogen”, legt hij uit

Zero-risico bij het stuffen

Scania gebruikt momenteel de RFID-technologie enkel voor de overzeese klanten, bijvoorbeeld in Brazilië waar de Zweedse constructeur eveneens over een DC beschikt. “Tijdens het stuffen van de containers gebeurt het dat de dragers met de verpakte onderdelen vaak in en uit de container worden gereden om zo tot het beste ruimtegebruik te komen. Tijdens dat proces bestaat het risico dat een drager vergeten wordt en niet in de container geladen wordt. Met RFID en de automatische registratie van de bewegingen van de dragers, wordt dat risico tot nagenoeg zero teruggebracht”, legt Vanhove onlangs uit in ‘RFID im Blick’.

Volgens hem is een ander voordeel dat de douaneafhandeling in het land van bestemming vergemakkelijkt wordt. Wanneer er onderdelen in de container zijn die niet voorkomen op de transportdocumenten, kan de volledige lading tegengehouden worden. Door het feit dat de fouten bij het laden tot bijna nul herleid worden, wordt het leveringsproces aan de klant niet vertraagd. “Het versnellen van de leveringsprocessen verhoogt de tevredenheid van de klant. Ook dat had een positief impact op de evaluatie van de toepassing van RFID”, stelt hij.