Zeelands akkoord over Thermphos brengt havenfusie stap dichterbij

De provincieraad van Zeeland is akkoord met de sanering van fosforfabriek Thermphos in Vlissingen, een belangrijke stap voor de havenfusie tussen Gent en ZSP. Wel blijft er verschil van mening tussen Zeeland en ZSP over opbrengsten na de sanering.

Het was een lange vergadering van de provincieraad afgelopen vrijdag. Dat kwam niet door het besluit over de sanering van Thermphos. Dat was aan het einde van de dag niet meer dan een hamerstuk, ondanks dat het de provincie 27,7 miljoen euro kost. Ongeveer een jaar lang was Thermphos het grote struikelblok voor de havenfusie. De provincie wilde dat Zeeland Seaports (ZSP) meer zou betalen aan de sanering van de fosforfabriek, die in 2012 failliet ging. ZSP weigerde dat, waarop Zeeland aangaf dan niet in te stemmen met de havenfusie. Om uit de impasse te komen, benoemde de Nederlandse regering oud-politicus Diederik Samson van de sociaaldemocratische PvdA als bemiddelaar.

Samson kwam met een oplossing die geen van de partijen als ideaal beschouwde, maar waarvan iedereen besefte dat het de enige mogelijkheid was. De 83 miljoen euro die de sanering nog zou kosten, zou worden gedeeld door ZSP, de provincie Zeeland en de nationale regering. Het was Samson gelukt om 'Den Haag' hiervoor aan boord te krijgen. Ieder zou 27,7 miljoen euro betalen.

Meningsverschil

De provincie Zeeland is weliswaar arm, maar beseft dat het niet anders kan. Wel is er nog een meningsverschil tussen de provincie en ZSP over mogelijke opbrengsten uit het Thermphosterrein wanneer de fabriek is gesaneerd. ZSP, en op dat moment de nieuwe fusiehaven, wil die opbrengsten geheel in eigen zak steken, terwijl de provincie daar een deel van wil hebben. Dat punt komt zeker nog aan de orde op 1 december als de provincieraad definitief besluit over de fusie.

Aandeelhouders

Inmiddels hebben twee van de vier Nederlandse aandeelhouders van ZSP ingestemd met de fusie: Terneuzen en Borsele. Op 30 november neemt Vlissingen een besluit, een dag later dus de provincie. De gemeenten zijn ieder voor 16,6 procent aandeelhouder, de provincie voor 50 procent.

Adrie Boxmeer